In een statement meldt De Hypotheker dat de keten ‘als marktleider haar verantwoordelijkheid neemt’ om voor het intermediair meer duidelijkheid te verkrijgen rondom zorgplicht bij overlijdensrisicoverzekeringen. Volgens algemeen directeur Michel van den Akker blijft na de recente Kifid-uitspraken veel in nevelen gehuld. “We zijn van mening dat De Hypotheker vanuit haar rol en positie met dit hoger beroep een bijdrage kan leveren aan duidelijkheid over de invulling van nazorg”, aldus Van den Akker.
Verwarring onwenselijk
De Hypotheker vindt de verwarring die is ontstaan door de uitspraken onwenselijk. “Als uitleg van de wet leidt tot discussie is het per definitie lastig om vast te stellen wat de klant mag verwachten en of een organisatie hier juiste invulling aan heeft gegeven.”
De Geschillencommissie van Kifid oordeelde begin september in twee zaken dat adviseurs verplicht zijn hun ORV-klanten expliciet te wijzen op forse premiedalingen in de markt. Een van de zaken ging over een advies van De Hypotheker Emmeloord. De franchisenemer had nagelaten zijn klant tijdig te wijzen op aanzienlijk gedaalde ORV-premies.
Schadevergoeding
De adviseur hoefde uiteindelijk geen schadevergoeding te betalen voor schending van de (na)zorgplicht. De klant kon namelijk niet aantonen dat hij schade heeft geleden. Hij had geen enkele actie ondernomen om de ORV aangepast te krijgen of om een nieuwe af te sluiten. In de tweede zaak, tegen Vlieg Advies Groep, kwam het wel tot een schadevergoeding. De klant in dat geschil sloot wel een nieuwe ORV af zodra hij wist van premiedalingen. Vlieg moest daarom 942 euro schade vergoeden.
Hoger beroep
De ondergrens om bij Kifid in beroep te gaan is een financieel belang van 25.000 euro. Vanwege het bijzondere belang van deze uitspraken voor de branche stelde het klachteninstituut ook in deze zaken beroep open. Vlieg Advies Groep gaf direct na de uitspraak al aan in beroep te gaan. Directeur Eddie Aarse wordt daarin bijgestaan door de Vereende, zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar.
De Hypotheker maakt nu dus ook gebruik van de beroepsmogelijkheid.