Eindnota zorgt voor verrassing
De klanten hadden de adviseur ingeschakeld om te helpen bij het verhogen van hun hypotheek voor de aankoop van een andere woning. Hierbij is gesproken over de overwaarde van hun bestaande woning. De hypotheekadviseur stelde vast dat de overwaarde zou neerkomen op een bedrag van 149.678 euro.
Na de verbouwing van hun nieuwe woning ontvingen de klanten een eindnota van de notaris waarin stond dat zij geen 149.678 euro aan overwaarde kregen, maar 114.399 euro. Een verschil van 35.279 euro. Er volgde een mail met uitleg en excuses vanuit de hypotheekadviseur.
Over het hoofd gezien
In de mail schrijft ze dat het hypotheekbedrag dat al bij de ING bank liep, te laag stond in haar berekeningen. De restschuld bij de ING was hoger dan in haar systeem stond. Doordat ze de bestaande leningdelen moesten samenvoegen – ING staat slechts 4 leningdelen toe – is er een verschil in de hypotheekschuld ontstaan dat de adviseur niet heeft gezien.
Ze stelt de klanten voor om het ontbrekende bedrag alsnog erbij te lenen, echter worden de maandlasten voor het stel daardoor hoger. Bij Kifid vorderen de klanten een schadevergoeding van 35.279 euro van de adviseur. Ook willen ze de betaalde advieskosten van 2.950 euro terug en een vergoeding van de rechtsbijstandskosten van 1.512 euro.
Hogere maandlasten
De klanten vinden dat zij erop mochten vertrouwen dat hun hypotheekadviseur een juiste berekening van de overwaarde zou maken. Doordat dit verkeerd is gegaan, hebben zij zogezegd meer geld uitgegeven aan de verbouwing van hun nieuwe woning en een stuk gemeentegrond aangekocht. Deze uitgaven wilden zij niet financieren met een extra hypotheek, vanwege hogere maandlasten.
'Geen schade'
De adviseur voerde aan dat er geen causaal verband bestaat tussen de gemaakte fout en de gevorderde schade. Zij is van mening dat de klanten, ook als er geen verkeerde berekening zou zijn gemaakt, nooit aanspraak hadden kunnen maken op die hogere overwaarde. Tot slot ontkent zij dat er sprake is van schade omdat de uitgaven eenzelfde waarde vertegenwoordigen.
Extra uitgaves
Volgens de geschillencommissie staat vast dat de klanten bij een juiste berekening van de overwaarde niet dat extra geld aan de verbouwing en de gemeentegrond hadden uitgegeven. Voor die uitgaven hebben ze nu hun spaargeld moeten gebruiken, terwijl dat ook had kunnen renderen op een spaarrekening. Kifid oordeelt dan ook dat er sprake is van een verlies aan rendement.
Tien jaar lang twee procent
De adviseur wordt hiervoor aansprakelijk gesteld. Voor de schatting van het verlies gaat de commissie uit van een spaarsaldo van 35.000 euro dat tien jaar lang had kunnen renderen tegen een rente van twee procent. Op basis hiervan wordt het rendementsverlies op een bedrag van 7.000 euro geschat. Hiermee ontvangt het stel wel dus een heel stuk minder dan de gevorderde 39.741 euro.