Manager had niet van faillissement kunnen weten; TAF moet toch uitkeren

Manager had niet van faillissement kunnen weten; TAF moet toch uitkeren

Toen de werkgever van een TAF-klant in 2023 failliet ging, wilde de man beroep doen zijn maandlastenbeschermer. TAF wees de claim af, omdat het vermoedde dat de business development manager van het naderende faillissement wist en zijn precontractuele mededelingsplicht opzettelijk had geschonden. Onterecht, blijkt bij Kifid.

Verschillende nieuwsartikelen

Volgens TAF had de man het faillissement aan moeten zien komen. Uit verschillende nieuwsartikelen vanaf september 2022 bleek dat het bedrijf in slecht financieel weer verkeerde. Ook bleek uit de Britse pers dat het bedrijf de afgelopen drie jaar operationeel verlies leed en had de oprichter van het bedrijf in een interview met het Financieel Dagblad over de tegenvallende resultaten verteld.

De problemen speelden al sinds 2021, zo bleek uit het insolventieverslag. Gezien deze informatie in combinatie de functie van de man, heeft hij dit volgens TAF geweten of had hij dit moeten weten. De voormalige manager beweerde het tegendeel en zei niks te hebben achtergehouden toen hij de verzekering afsloot. Hij werd naar eigen zeggen pas bekend met de slechte financiële situatie van het bedrijf toen hij in 2023 werd geïnformeerd over het faillissement.  

'Ging juist goed met het bedrijf'

Tot die tijd waren er volgens hem juist aanwijzingen dat het heel goed ging met het bedrijf. Zo is de man dat jaar nog naar Italië geweest voor de start van een groot partnership en de verdere uitrol van het merk in Europa. Ook werden voor 2023 veelbelovende plannen gepresenteerd tijdens een ‘kick-off’ en kreeg de man zelfs een salarisverhoging van 4 procent. Verder onderbouwt de man dat zijn functie als business development manager slechts een uitvoerende rol was waarbij hij onderaan hiërarchische ladder stond. Hij werd dan ook zogezegd niet betrokken bij het nemen van strategische beslissingen.

Daarnaast verdenkt TAF de man ervan dat hij met opzet de verzekering heeft gesloten met een hoger maandbedrag voor werkeloosheid dan voor arbeidsongeschiktheid. Ook dat ontkent hij: de keuze voor een hogere uitkering bij ontslag dan bij arbeidsongeschiktheid is erin gelegen dat een grotere kans bestaat op werkeloosheid dan op arbeidsongeschiktheid.

Informatie uit het insolventieverslag

Kifid merkt onder meer op dat in het insolventieverslag stond dat de omzet juist was gestegen en dat de bestuurders overvallen bleken door het besluit van de investeerders om zich terug te trekken. “Dat de consument uit hoofde van zijn dienstbetrekking op de hoogte had moeten zijn of behoorde te zijn van een aanstaand faillissement is hiermee niet komen vast te staan”, aldus de geschillencommissie. Hierbij benadrukt de commissie ook dat het bestuur van het bedrijf in Engeland zat en het ook om die reden maar de vraag is hoe en waarom een medewerker in Nederland op de hoogte kon en had moeten zijn geweest van de financiële positie van het bedrijf.

'TAF had zelf onderzoek kunnen doen'

Van de nieuwsartikelen die TAF aanhaalde, bleek maar één van de publicaties van voor de ingangsdatum van de verzekering. De commissie stelt dat de man uit hieruit niet had kunnen afleiden dat er een faillissement dreigde. Als het voor TAF belangrijk was om te weten of het bedrijf financieel stabiel was, had het volgens de commissie zelf onderzoek kunnen doen naar het bedrijf en op basis daarvan nog vragen kunnen stellen aan de consument. Kifid oordeelt dat hij zijn precontractuele mededelingsplicht niet heeft geschonden. TAF had de verzekering niet mogen beëindigen en de voormalig manager heeft alsnog recht op een uitkering.

Alexandra Meijer

Alexandra Meijer

Redacteur AM

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.