Kern van de uitspraak is dat Centraal Beheer als bemiddelaar optrad en dat de ontslagen werknemer geen eigen adviseur had. "Bij het omzetten van gegarandeerde pensioenaanspraken naar individuele pensioenverzekeringen op beleggingsbasis heeft de financiële dienstverlener als bemiddelaar of adviseur een bijzondere zorgplicht. Een consument mag verwachten dat de bemiddelaar waarschuwt voor de risico’s van een pensioenverzekering op beleggingsbasis bij een fors dalende rente."
Omdat de man geen of weinig risico wilde nemen, had Centraal Beheer de plicht om de consument de pensioenbeleggingsverzekeringen in deze vorm af te raden, aldus de bindende tussenuitspraak.
De zaak
De man werkte in de auto-industrie en had een gegarandeerd pensioen van 14.948 euro per jaar, met een nabestaandenpensioen van zeventig procent van het ouderdomspensioen. In 1999 werd de man bij een reorganisatie ontslagen. In het bijbehorende outplacementtraject kwam hem ter ore dat hij zijn opgebouwde pensioenaanspraken bij Centraal Beheer kon onderbrengen.
Wat hij deed; de man sloot in 2000 en 2001 twee pensioenverzekeringen op beleggingsbasis. In totaal legde hij 107.169 euro aan pensioenaanspraken in. Dat bedrag zou kunnen leiden tot ruim anderhalf miljoen aan pensioenkapitaal op 65-jarige leeftijd, zo spiegelde de offerte voor.
In 2017 naderde de man de pensioenleeftijd en vroeg hij op hoe het ervoor stond met zijn pensioen. Dat viel niet mee: er zat 161.427,30 euro in de pot. Een tiende van het in de offerte vermelde kapitaal. Wat op dat moment goed was voor een jaarlijks levenslang ouderdomspensioen van 6.351,52 euro.
Tweede klacht
Bij Kifid klaagde de man over Centraal Beheer als pensioenuitvoerder, maar zonder succes. Hij probeert het nogmaals, maar nu spreekt hij de Achmea-dochter aan in de hoedanigheid van bemiddelaar en adviseur.
Hij is namelijk via het hoofd administratie bij zijn toenmalige werkgever in contact gekomen met de accountmanager van Centraal Beheer, die hem inlichtte over de mogelijkheden om een pensioenbreuk zoveel mogelijk te voorkomen.
Geruststellende woorden
Volgens de man had de accountmanager een oplossing in de vorm van een beleggingsproduct "met de geruststellende woorden dat hier geen grote risico’s aan verbonden waren, omdat de financieel dienstverlener een specialist op het gebied van verzekeren, beheer van pensioenen en het beleggen in aandelen is."
Hoewel de man geen beleggingsrisico’s wilde nemen, had hij een goed gevoel bij het product. Hij vindt achteraf dat hij gewaarschuwd had moeten worden voor de grote risico’s van een fors dalende rente. Daarnaast is er nooit persoonlijk contact geweest. De man denkt zeker 233.375 euro schade te hebben geleden.
Geen wettelijke bescherming
In deze zaak gaat het om de omzetting van pensioenaanspraken opgebouwd in de tweede pijler naar een pensioenvoorziening buiten de tweede pijler, stelt Kifid vast. "Deze pensioenvoorziening valt niet onder de wettelijke bescherming van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW). Een deelnemer in een tweedepijlerpensioen wordt verregaand beschermd, wat ook blijkt uit het feit deze pensioenvorm beperkt overdraagbaar is op grond van artikel 32 van de PSW. De omzetting van de pensioenvoorziening van de consument ging daarom met een hoog risico gepaard." En dat risico was geheel voor rekening van de klant.
De geschillencommissie oordeelt dat er geen sprake was van een financieel advies in de zin van de Wft. "Wel is de commissie van oordeel dat op de financieel dienstverlener een bijzondere zorgplicht rust bij een dergelijke omzetting. Deze bijzondere zorgplicht strekt ertoe consumenten te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht."
Oordeel: product ongeschikt
Daar komt bij dat een beleggingspensioen complex en zeer risicovol is: naast het beleggingsrisico is er het risico dat de rente op het moment van pensionering (zeer) laag is. Het aangekochte product kende bovendien geen lifecycle die het beleggingsrisico geleidelijk afbouwde.
Beide risico’s hebben zich gerealiseerd. "De pensioenverzekeringen zijn daarom ongeschikt voor de consument en de financieel dienstverlener had de consument minimaal moeten waarschuwen voor de risico’s."
Geen waarschuwing, geen nazorg
De accountmanager had voor het afsluiten van de pensioenverzekeringen moeten controleren of de man zich bij het maken van zijn keuze liet bijstaan door een adviseur, maar dat deed de accountmanager niet. "Evenmin heeft hij de consument gewaarschuwd dat het onverstandig was om deze pensioenverzekeringen af te sluiten zonder deugdelijk advies in te winnen."
Daarom had Centraal Beheer zelf de plicht om de pensioenverzekeringen in deze vorm af te raden. Dat is niet gebeurd, zodat de bijzondere zorgplicht is geschonden. Ook is er geen bewijs van adequaat beheer of nazorg tijdens de looptijd. "De consument is door de financieel dienstverlener min of meer aan zijn lot overgelaten. Daardoor is de financieel dienstverlener zodanig ernstig tekortgeschoten dat een eventuele eigen schuld van de consument niet leidt tot een vermindering van de aansprakelijkheid van de financieel dienstverlener." De klacht van de consument is gegrond.
Wat dan precies de schade is, moet nog worden vastgesteld. Daarbij is het uitgangspunt dat de man zonder de zorgplichtschending zijn eerdere pensioenvoorziening zou hebben laten doorlopen.