De criteria die de Belastingdienst hanteert voor ondernemerschap, gelden niet in de financiële dienstverlening. Voor rechtsbijstandsverzekeringen geldt bijvoorbeeld dat er geen dekking is voor conflicten die ontstaan bij de uitoefening van activiteiten die lijken op ondernemerschap. Deze zomer gaf bijvoorbeeld Achmea geen rechtshulp aan een vrouw die privé handelde in minipaarden.
Kifid moest begrip eerder verduidelijken
Kifid kent gelijksoortige regels. Mensen die bijvoorbeeld als privépersoon investeren in vastgoed kunnen niet bij het klachteninstituut aankloppen. Dat leidde in het verleden dusdanig vaak tot niet-ontvankelijkheid, dat het instituut in het voorlaatste reglement een toevoeging deed aan het begrip consument: “Geen Consument is onder meer de kredietnemer van een zakelijk krediet, ook niet als verhaal wordt gezocht op diens privévermogen.”
In dat kader deed de geschillencommissie in november 2016 uitspraak in de zaak van een man die voor zijn zakelijke financiering (1,3 mln) hypotheekrecht gaf op acht beleggingspanden. Dat zijn duidelijk conflicten waar Kifid niet voor bedoeld is.
Consument verder aangescherpt in huidig reglement
In het huidige reglement dat geldig is sinds april 2017, heeft het klachteninstituut de definitie van een consument verder beperkt. Een consument is sindsdien: “Iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen.” Dus ook als een woning is aangekocht zonder zakelijk krediet, kan Kifid een klacht niet-ontvankelijk verklaren.
Dat merkte bijvoorbeeld een particulier die privé twee panden kocht met de intentie om in ieder geval één woning permanent te verhuren. Toen hij een van de twee panden wilde verkopen, gaf geldverstrekker Florius geen toestemming. Florius verwees de klacht overigens door naar Kifid, waar de geldverstrekker vervolgens een vlammend betoog hield dat de zaak niet bij Kifid thuishoort. Ondanks die paradoxale handelswijze gaf de geschillencommissie de ABN Amro-dochter gelijk.
Conflict met ABN Amro Verzekeringen
Onlangs kwam er nog een zaak voorbij waarbij Kifid een consument niet ontvankelijk verklaarde. Het huis waar de particulier zelf nog gewoond had, verhuurde hij terwijl het in de verkoop stond. De huurders werden uitgezet na een politieinval en de consument raakte in conflict met ABN Amro Verzekeringen over de hoogte van de schade die was veroorzaakt door de huurders.
Hoewel beide partijen inhoudelijk betoogden over de schadevaststelling, nam de geschillencommissie niet de moeite om de argumenten te beoordelen. Het huis werd verhuurd dus was de consument niet-ontvankelijk. Als jurisprudentie verwees de commissie naar twee zaken waarin privépersonen beleggingspanden verhuurden.
Huis verhuren is een ondernemersactiviteit
Maar ging het hier wel om een beleggingspand? Hoe redelijk is het dat deze consument als ondernemer weggezet werd? Een woordvoerder van het klachteninstituut reageert: “Naar het oordeel van de Commissie is het aanhouden van een pand […] met de bedoeling daaruit inkomsten te genereren, en bovendien zonder dat daarnaast […] sprake is van eigen gebruik van het betrokken pand, een ondernemersactiviteit.”
Een opmerkelijk criterium. In het verleden deed Kifid regelmatig uitspraak in zaken die gingen over de verhuur van een woning. Bijvoorbeeld toen Direktbank niet mee hoefde te werken aan het verzoek van een consument om de maximale verhuurtermijn op te rekken.
Geconfronteerd met die uitspraak reageert Kifid opnieuw schriftelijk: “Is er sprake van (tijdelijke) verhuur in het kader van de Leegstandswet, dan beschouwt Kifid dat niet als ondernemersactiviteit en zal Kifid een consumentenklacht gewoon kunnen behandelen.”
Geen jurisprudentie over uitzondering Leegstandswet
Noch in de reglementen, noch in de jurisprudentie wordt de uitzonderingspositie die verhuurders via de Leegstandswet genieten als zodanig besproken. En waarom zou iemand die zijn voormalige huis in afwachting van verkoop te huur heeft gezet daar geen gebruik van mogen maken? Als er blijkbaar vanuit de gewoonte ruimte wordt gemaakt voor consumenten die hun huis niet verkocht krijgen, waarom dan hier niet?
Zaak afgewezen zonder zitting
Bovendien: hoe weet de geschillencommissie zo zeker dat de verhuur in de onderhavige zaak níet volgens de Leegstandswet geschiedde? Er wordt in de uitspraak geen woord over gerept. De details geven echter aanleiding om te verwachten dat er wel degelijk onder voorwaarden van de leegstandswet verhuurd werd. Het ging om een huis waar de consument zelf gewoond had, het stond te koop en in het tijdelijke huurcontract was opgenomen dat huurders uiterlijk drie maanden na de verkoop moesten verkassen. Een clausule die in een normale huurovereenkomst niet rechtsgeldig is.
Heeft de geschillencommissie navraag gedaan bij de consument? De zaak werd op stukken – dus zonder zitting - afgewezen. De woordvoerder wil er alleen over kwijt dat ‘niet is gebleken’ dat er sprake was van de Leegstandswet. Of ‘niet gebleken’ slaat op enkel het doornemen van de stukken of dat er uitdrukkelijk navraag is gedaan bij de consument, wil de voorlichter niet zeggen.
Leegstandswet werd ook genegeerd
De kwestie doet om meerdere redenen de wenkbrauwen fronsen. Allereerst kun je je afvragen of de Leegstandswet werkelijk een staande uitzondering is; in het verleden werden namelijk ook klachten niet ontvankelijk verklaard waar wél sprake was van verhuur volgens de wet.
Ten tweede rijst de vraag of de Kifid-definitie van het begrip consument nog wel passend is in de huidige tijd. Waarom mag iemand die 120.000 euro belegt in een pensioenproduct wel aankloppen bij Kifid en een privépersoon die als oudedagvoorziening een appartement aanhoudt van dezelfde waarde niet?
Pensioenopbouw wordt diverser, Kifid niet
Juist nu individuele keuzes een steeds belangrijker element worden in de Nederlandse pensioeninrichting, zou het rechtvaardig zijn als consumenten die een financieel dienstverlener nodig hebben om (kleinschalig) te investeren in stenen ook bij Kifid terecht kunnen. Het gemaakte onderscheid tussen verhuur via de Leegstandswet en andersoortige verhuur is in ieder geval discutabel en wordt niet consequent gehanteerd.
AM heeft Kifid gevraagd om een reactie. Kifid heeft geen antwoorden gegeven op de vervolgvragen.