Kifid: Fidus controleert verzekerde som niet, hoeft schade niet te vergoeden

Kifid: Fidus controleert verzekerde som niet, hoeft schade niet te vergoeden

De verzekerde heeft via advieskantoor Fidus, onderdeel van Heinenoord, een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. Wanneer hij arbeidsongeschikt wordt, ontvangt hij een te lage uitkering omdat de verzekerde som niet voldoende was. De Geschillencommissie oordeelt dat de assurantietussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden door niet te controleren of de verzekerde som nog voldoende was. Omdat de consument echter geen schade heeft geleden, worden zijn vorderingen afgewezen.

Deze bijdrage is afkomstig van Elias van Mourik van RWV Advocaten uit Leiden.

Een man sluit in 1998 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af via Fidus. Op 31 juli 2019 stuurt het kantoor een brief van de verzekeraar door. Hierin vraagt de maatschappij de consument om zijn actuele gegevens, zoals de hoogte van zijn inkomen over de afgelopen drie jaar. De verzekeraar wil deze gegevens hebben om de arbeidsongeschiktheidsverzekering up-to-date te houden. De man, noch Fidus vult deze gegevens echter in. Kort na ontvangst van de brief geeft de man via zijn broer bij Fidus aan dat hij niet het gevoel heeft niet goed verzekerd te zijn. Hij is namelijk een nettosalaris van drieduizend euro gewend en voor een uitkering die hierbij aansluit moet het verzekerde bedrag hoger zijn. Ook geeft hij aan een eigenrisicotermijn van twee jaar te overwegen. Mocht de consument in dat geval binnen twee jaar na het afsluiten van de verzekering arbeidsongeschiktheid worden, dan ontvangt hij in zijn geheel geen uitkering. Enkele dagen later bezoekt een Fidus-medewerker het bedrijf van de man om de arbeidsongeschiktheidsverzekering te bespreken. De man heeft echter geen tijd, dus blijft een bespreking achterwege. Er wordt ook geen vervolgafspraak ingepland.

Noodlot slaat toe; man raakt arbeidsongeschikt en krijgt te lage uitkering

In november 2020 slaat het noodlot toe en wordt de man arbeidsongeschikt. Omdat het verzekerde bedrag nog altijd niet was verhoogd, krijgt hij slechts een uitkering op basis van een te laag inkomen. Volgens de man heeft Fidus zijn zorgplicht geschonden omdat het kantoor niet heeft gewaakt voor voldoende dekking. Ook verwijt de man het assurantiekantoor dat de gedeeltelijke premievrijstelling niet geldt voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid. Daarnaast heeft de assurantietussenpersoon de verzekering nooit omgezet naar een verzekering met een lagere premie. De man wil zijn schade vergoed zien en stapt naar Kifid.

Kifid: Fidus schendt zorgplicht

De Geschillencommissie oordeelt dat de assurantietussenpersoon ten aanzien van de verzekerde som inderdaad zijn zorgplicht heeft geschonden. De zorgplicht vergt namelijk ‘een actieve en voortdurende bemoeienis van de adviseur met de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen, teneinde te bewerkstelligen dat de belangen van zijn opdrachtgevers steeds adequaat zijn gediend. Dit betekent onder meer dat op een adviseur de verplichting rust gedurende de looptijd van de overeenkomst periodiek de passendheid van het product te toetsen.’ Daarnaast mag de adviseur niet stilzitten wanneer hij bekend raakt met feiten die meebrengen dat de door hem beheerde verzekeringen mogelijk moeten worden aangepast. Omdat de assurantietussenpersoon nooit een jaarlijks onderhoudsgesprek heeft gevoerd of een vervolgafspraak heeft gemaakt, heeft hij volgens de Geschillencommissie niet gehandeld als van ‘een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht’. Het valt de assurantietussenpersoon dan ook te verwijten dat de consument een te lage uitkering ontvangt. Volgens de Geschillencommissie heeft de man hierdoor echter geen schade geleden. Hij gaf namelijk eerder aan een eigen risicotermijn van twee jaar te overwegen.

Omdat de assurantietussenpersoon nooit een jaarlijks onderhoudsgesprek heeft gevoerd of een vervolgafspraak heeft gemaakt, heeft hij volgens de Geschillencommissie niet gehandeld als van ‘een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht’. ”

Als de assurantietussenpersoon dit in 2019 zou hebben doorgevoerd, dan had de consument, in plaats van een te lage, helemaal geen uitkering gekregen omdat hij in 2020 arbeidsongeschikt is geraakt. Ook wat betreft zijn klachten over de premievrijstelling en de te hoge premie vist de consument achter het net. De man heeft namelijk niet kunnen aantonen dat er arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn die al direct bij het intreden van arbeidsongeschiktheid premievrijstelling verlenen. Laat staan dat de consument een dergelijke verzekering ook had afgesloten. Over de te hoge premie oordeelt de Geschillencommissie dat de zorgplicht niet zo ver gaat dat de assurantietussenpersoon de consument uit eigen beweging moest informeren over algemene marktontwikkelingen zoals premiedalingen. Conclusie: wel een zorgplichtschending maar geen schade, waardoor de vorderingen van de consument worden afgewezen.

Schending van zorgplicht moet tot schade leiden om schadevergoeding te krijgen

De zorgplicht van de assurantietussenpersoon is niet beperkt tot het afsluiten van een verzekering met voldoende dekking. Hij zal ook gedurende de looptijd ervoor moeten blijven waken dat de dekking voldoende blijft. Het beheren van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen behoort immers tot één van zijn primaire taken. Dit brengt mee dat de adviseur uit eigen beweging moet controleren of de verzekerde som nog steeds voldoende is. Dit moet de assurantietussenpersoon niet enkel periodiek doen, maar ook wanneer hij daartoe aanleiding krijgt. Als de adviseur dit nalaat, kan aan zijn klant slechts beperkt worden tegengeworpen dat de klant zelf ook nalatig is geweest. De verzekerde heeft de assurantietussenpersoon immers juist ingeschakeld om dat voor hem te verzorgen.

Voor het verkrijgen van een schadevergoeding blijft het echter noodzakelijk dat de schending van de zorgplicht ook tot schade heeft geleden. Helaas voor de consument oordeelt de Geschillencommissie dat de assurantietussenpersoon door zijn nalaten ook schade heeft voorkomen door geen eigen risicotermijn van twee jaar door te voeren. Wellicht had de procedure voor de verzekerde anders uitgepakt als hij wel redenen zou hebben aangevoerd waarom hij, in het geval van een adequate informatievoorziening, toch niet had gekozen voor een eigen risicotermijn van twee jaar.

De assurantietussenpersoon is in dit geval de dans ontsprongen, maar dat is misschien meer geluk dan wijsheid. ”

De assurantietussenpersoon is in dit geval de dans ontsprongen, maar dat is misschien meer geluk dan wijsheid. Om een geschil als dit te voorkomen is het essentieel dat een tussenpersoon een proactieve houding aanneemt en regelmatig controleert of de verzekerde som nog wel voldoende is.

Deze bijdrage is afkomstig van Elias van Mourik van RWV Advocaten uit Leiden.

Elias van Mourik

Elias van Mourik

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.