De vrouw dient via haar tussenpersoon een claim in vanwege schade als gevolg van een inbraak en gestolen inboedel. Zij claimt de schade op de verzekering, waarna Reaal onderzoek laat doen door een schade-expert. Daarbij komt aan het licht dat de vrouw bij het aanvragen van de verzekering heeft gelogen om zo toch een verzekering te kunnen afsluiten. Reaal wijst de claim af en zegt de inboedelverzekering op.
Aanvraagproces niet vastgelegd
Het stel is het hier niet mee eens en klaagt bij Kifid, dat gaat kijken welke vragen bij de aanvraag aan de vrouw zijn gesteld en of zij deze onjuist heeft beantwoord. Hierbij komt de geschillencommissie erachter dat Reaal het aanvraagproces niet heeft vastgelegd en dus niet kan bewijzen dat de precontractuele mededelingsplicht is geschonden.
Vragen blijken telefonisch gesteld
Reaal heeft in deze zaak besloten om de acceptatievragen telefonisch te laten stellen door de tussenpersoon. Over hoe de vragen precies aan de vrouw zijn gesteld, lopen de meningen uiteen. Wat volgens Kifid wel vaststaat, is dat de aanvraag niet is vastgelegd in het digitale aanvraagsysteem en dat de tussenpersoon geen gespreksnotities heeft. Zowel Reaal als de adviseur kunnen bovendien geen invulde vragenlijst overleggen en er is ook geen (digitale) kopie beschikbaar van de vragen uit het digitale systeem van de verzekeraar.
Afloop precontractuele fase
Reaal voert aan dat het echtpaar had moeten aanslaan op het feit dat de polis, anders dan bedoeld, op de naam van de man stond. En dat de brief een onjuiste weergave was van het aanvraagproces. Kifid gaat hier echter niet in mee en beredeneert dat op het moment dat een polis wordt verstuurd, de precontractuele fase voorbij is. De precontractuele mededelingsplicht van een verzekeringnemer geldt tot het moment dat de verzekering wordt afgesloten. De verzekeringnemer ontvangt de polis pas daarna en is enkel een bevestiging.