Kifid wees de vorderingen van de klant af. Bij het afsluiten van de verzekering in de jaren zeventig, hoefde de klant niet extra te betalen omdat minder dan 50 procent van het dak rietgedekt was. In 2019 werd bij AAV echter de bouwaard van de woning gewijzigd van ‘normaal’ in ‘steen met riet.’ Samen met een verhoging van de het verzekerd bedrag leidde dat tot de forse premiestijging.
'Nooit dekking geweest'
Omdat de verzekeraar nu zou beweren dat er nooit dekking was geweest, eiste de klant zijn 46 jaar premie terug. Volgens AAV was daar echter geen sprake van. Al was het maar omdat hij in 2003 nog een uitkering kreeg onder de verzekering. Dat de verzekering altijd dekking bood, blijkt ook uit de voorwaarden dat er onafhankelijk van de bouwaard altijd dekking is voor schades ontstaan door onder meer brand.
Kifid geeft de verzekeraar daarin gelijk. Bij het verhogen van de premie zijn de juiste procedures gevolgd. AAV hoeft dus geen 46 jaar premie terug te betalen, noch de polis voort te zetten tegen het oude bedrag.
Klant was zich bewust van onderverzekering
De consument diende ook een klacht in tegen de tussenpersoon. Die zou hem niet gewezen hebben op het dekkingsprobleem. Bovendien rekende hij de onderverzekering de tussenpersoon aan.
In de gespreksnotities van de tussenpersoon blijkt echter dat de onderverzekering al in 2008 besproken werd:
“Tot slot gekeken naar verzekerde waarde van woonhuisverzekering. Meneer denkt dat deze te laag is. Aangegeven dat als hij dit verwacht hij de waarde moet laten taxeren en deze aan ons doorgeven. Is een woonboerderij dus herbouwwaardemeter geeft geen waarde. Hier was hij niet over te spreken. Verteld dat dit wel de normale gang van zaken is. Hij heeft ook geen behoefte om met afdeling verzekeringen te praten.”
Volgens Kifid valt de adviseur evenmin iets aan te rekenen. De vorderingen zijn afgewezen. De uitspraak is bindend.