De ouders van de vrouw hebben in juli 1995 via een voorganger van Univé Stad en Land bij een rechtsvoorganger van Achmea een beleggingsverzekering afgesloten: het Vrije Keuze Hypotheekplan. De polis kent een garantierendement van 4%. In 2000 vraagt de vrouw informatie op over het FairGo Beurs Index Hypotheekplan. Dat lijkt haar wel wat en Achmea zet de bestaande polis desgevraagd begin 2001 om. In polisblad en brochure wordt niet over een garantie gesproken. Einddatum van de polis is 1 juli 2020.
Afwezigheid garantie was bekend
Bij het naderen van de einddatum stapt de vrouw naar Kifid: ze wil een vergoeding voor het verschil in waarde tussen het Hypotheekplan en het Index Plan, gerekend naar de einddatum van 1 juli. De Univé-voorganger heeft volgens haar zijn zorgplicht verzaakt door bij de omzetting het garantierendement en de afwezigheid ervan in de nieuwe polis niet ter sprake te hebben gebracht. Dat weegt des te zwaarder omdat de vrouw in 1995 niet betrokken was bij het afsluiten van het Hypotheekplan. De adviseur heeft de vrouw verder nooit ontmoet, maar haar wel telefonisch gesproken en een investering in het AEX-fonds aangeraden in het kader van de omzetting van de verzekering. Ze wist wel dat het Index Plan geen garantierendement had. Maar dat maakt niet uit, vindt de vrouw: ze was niet op de hoogte van de garantie in het eerder gesloten product.
Informeren over verlies garantie
De geschillencommissie geeft haar gelijk: de adviseur had moeten wijzen op het vervallen van de garantie: “Gezien de omstandigheid dat consument wenste over te stappen
van een product met een gegarandeerd rendement, dat op grond van de door de ouders van consument verstrekte informatie als passend moest worden beschouwd, naar een product
waarbij zij het volledige beleggingsrisico zou dragen, had [de adviseur] consument moeten informeren over het verlies van het garantierendement.” Dat een adviseur de verzekeringnemer zodanig moet informeren dat die een weloverwogen beslissing kan nemen, geldt extra omdat klant en adviseur elkaar eerder nooit hadden gesproken over het Hypotheekplan.
Het is niet aannemelijk dat consument een andere keuze had gemaakt”
Vrouw is niet risicomijdend
Maar de klant heeft geen schade geleden door de fout van de adviseur, oordeelt Kifid. De vraag is wat de vrouw zou hebben gedaan als zij wel had geweten van de garantie. En dat wordt niet duidelijk: de geschillencommissie gaat ervan uit dat zij door de omzetting met beleggen in beursaandelen een beter resultaat wilde behalen. “Dit was in de jaren 2000/2001 zeker bij een beleggingshorizon van 20 jaar ook een vrij algemeen gehuldigde opvatting en het was dan ook helemaal niet ongebruikelijk om te kiezen voor een meer offensieve belegging om zo hogere rendementen te behalen. Het is daarom niet aannemelijk dat consument in 2001 een andere keuze zou hebben gemaakt, als zij had geweten dat het Hypotheekplan een garantierendement kende. Consument zou dan immers nog steeds ontevreden zijn geweest met de hoogte van de met het Hypotheekplan behaalde (gegarandeerde) rendementen en zij zou nog steeds de verwachting hebben gehad dat zij met een belegging in beursaandelen een beter resultaat zou kunnen behalen.” Bovendien had de vrouw in 2017 bij het inwinnen van hersteladvies heeft laten weten dat zij niet risicomijdend was. “Onder die omstandigheden acht de commissie de kans verwaarloosbaar klein dat consument de omzetting achterwege had gelaten.” De klacht wordt gegrond verklaard, maar de vordering wordt bij bindend advies afgewezen.
Duiding bij uitspraken in de am:kifid-uitsprakenbank
In de am:kifid-uitsprakenbank voorzien advocaten van drie kantoren de Kifid-uitspraken die op am:web zijn gepubliceerd van een juridische toelichting. Dat kan een duiding zijn van het vonnis, of een praktijkles die eruit getrokken kan worden. De database wordt periodiek aangevuld met nieuwe uitspraken plus duidingen. Ga naar https://kifiduitspraken.amweb.nl/.