Een klant van BLG Wonen sluit voor de verbouwing van zijn huis een lening van ruim € 57.000. Het geld gaat in een bouwdepot. In april 2020 komt de klant met zijn declaraties: bijna € 54.000 in totaal, verdeeld over drie facturen. Twee daarvan zijn rechtstreeks aan de leverancier betaald. De derde is precies € 34.000 groot en is al door de klant opgehoest - contant wel te verstaan. BLG vermoedt echter dat er sprake is van een zwarte klus en weigert dat bedrag aan de klant te betalen: bij contante bedragen boven de € 10.000 moet de herkomst van het geld worden gecontroleerd.
Contant geld niet opgegeven
De klant laat weten dat hij € 27.500 van zijn vader heeft gekregen en dat hij de rest heeft bijgelegd. Hij toont dat aan met een schenkingsovereenkomst. BLG controleert ondertussen bij het bedrijf of de factuur klopt, maar dat bedrijf weigert mee te werken door een rekeningafschrift te tonen waarop staat dat het geld op de zakelijke rekening is gestort. Bovendien constateert de geldgever dat op belastingaangiften van de klant geen sprake is van een opgegeven som aan contante eigen middelen. Het bedrag wordt niet betaald. Het saldo van het bouwdepot wordt wel afgelost op de hypotheekschuld.
Storting niet aannemelijk
Bij Kifid licht de man toe dat zijn vader taxichauffeur is en daarom veel contant geld heeft. De geschillencommissie stelt vast dat de geldgever op grond van witwaswet Wwft een cliëntenonderzoek moet doen bij transacties boven de € 15.000. En bij dat onderzoek heeft de man ook naar de mening van Kifid niet aannemelijk weten te maken dat het volgens hem contant betaalde bedrag daadwerkelijk op de rekening van het bedrijf is gestort of welke herkomst dat contante bedrag heeft. "De herkomst van dat bedrag kan immers, zoals de geldverstrekker gemotiveerd heeft gesteld, niet verklaard worden uit eerdere belastingopgaven. Aangezien de consument heeft geweigerd nadere inlichtingen te geven, heeft de geldverstrekker niet aan haar Wwft-verplichtingen kunnen voldoen."
En dat betekent een onaanvaardbaar risico op witwassen. "Ook het plegen van een fiscaal delict (hier: het niet opgeven van de bezittingen in cash bij de belastingdienst) leidt immers tot witwassen. De persoon die belasting ontduikt, beschikt dan immers over gelden afkomstig uit enig misdrijf, namelijk de ten onrechte niet afgedragen belastingen."
In zo'n geval mag de geldgever de relatie beëindigen - daarbij hoort dan vanzelf ook de bevoegdheid de uitbetaling van de factuur te weigeren. Daarmee wijst Kifid ook de klacht over etnisch profileren van de hand. "De geldgever heeft slechts zijn wettelijke verplichtingen uitgevoerd."