De woekerpolisaffaire gaat binnenkort zijn vijftiende jaar in. En daar zal het niet eindigen. Hoogleraar financiële markten Arnoud Boot voorspelde vijf jaar geleden zelfs dat er nooit een oplossing voor het hele dossier zal komen. “Het is een probleem dat moet uitzieken”, aldus Boot. “Uiteindelijk gaan deze mensen dood.”
Claimexpert René Graafsma, die samen met Martin van Rossum veel woekerpolisklanten in individuele procedures bijstaat, haalt het citaat van Boot graag aan, maar is net als veel van zijn collega’s optimistischer. Toch moet ook hij erkennen dat het nog niet erg opschiet. “Of 2020 een doorbraakjaar wordt? Ik hoop het voor de mensen. Bij rechtbanken kan het komend jaar hard gaan lopen. Bij Kifid spreken ze nog steeds over de behandeling in clusters, maar ik zie nog niet dat er een versnelling heeft plaatsgevonden.”
Wegschikken om negatieve uitspraken te voorkomen
Wat volgens claimexperts wel in een stroomversnelling lijkt gekomen, zijn de schikkingen in individuele zaken. Pieter Lijesen (Stichting Woekerpolisproces) telt in zijn dossier de afgelopen periode “een stuk of vijftig” schikkingen met zo’n tien verschillende verzekeraars. “Mijn overtuiging is dat ze wegschikken om negatieve uitspraken te voorkomen. Schikken is bovendien goedkoper dan uitprocederen.”

Aantallen noemt Graafsma niet, maar ook hij merkt dat verzekeraars meer en meer bereid zijn om tot een schikking te komen. “Ze spreken zich letterlijk uit tegen de lange procedures bij Kifid. Dat straalt ook op hen af. En heel praktisch gedacht hebben ze natuurlijk gewoon geen zin in jurisprudentie.”
Consument kiest voor een worst van 20.000 euro
Ook vanuit het perspectief van de gedupeerde is een schikking logisch, vindt Lijesen. “Je moet in het belang van je klant denken. Als mij een worst wordt voorgehouden van 20.000 euro, zou ik ook zeggen: doe maar.” Dat er dan geen principiële uitspraak komt, neemt Lijesen op de koop toe. “Die klant kiest voor zichzelf, die zit er niet voor het belang van de rest van Nederland.”
Die klant kiest voor zichzelf, die zit er niet voor het belang van de rest van Nederland”
Volgens de voorman van Woekerpolisproces zijn schikkingsbedragen tussen de 10.000 en 20.000 euro heel reëel. “Het is de vraag of je dat in een procedure krijgt. Rechtbanken zijn grillig. De ene keer valt een uitspraak de ene kant op, een andere keer kan het weer anders zijn. Met dezelfde polis en dezelfde casus, maar een andere rechtbank kun je zomaar een andere uitspraak krijgen. Een hoger beroep duurt lang, kost veel geld en je moet maar afwachten of je iets krijgt.”
Volgens Graafsma zijn het geen fooien waarmee consumenten worden afgescheept. “Praktisch al mijn klanten die schikken zijn dik tevreden de deur uitgegaan. Ze zijn gelukkig en voelen zich bevrijd. De compensatie is dus sowieso voldoende om er een goed gevoel aan over te houden.”
Vette regeling voor BN'ers
Ab Flipse (Vereniging Woekerpolis) zag afgelopen maanden achter de schermen veel gebeuren. “Er worden in hoog tempo en in het geheim schikkingen getroffen. Na Allianz (dat twee jaar geleden een collectieve deal sloot met de claimclubs van Flipse en Lijesen) lijken alle verzekeraars hun dossiers te willen oplossen.”

Dat resulteert volgens Flipse in vergoedingen in tientallen tot zelfs over de honderd individuele en semicollectieve zaken. Die semicollectieve procedures kunnen tot enkele tientallen gedupeerden omvatten die met eenzelfde polis samen optrekken. Een aparte categorie in het dossier vormen volgens Flipse BN’ers. “Bekende Nederlanders hebben een heel vette regeling gehad, enkel omdat ze nu eenmaal BN’er zijn en voor verzekeraars een risico vormen. Door schikkingen komt het niet in de publiciteit. Henk en Ingrid met een identieke polis kunnen naar hun centen fluiten.”
Verzekeraars wachten uitspraak af
De claimexperts verwachten dat de lijn met individuele schikkingen in de eerste maanden van 2020 wordt doorgetrokken. Volgens Flipse willen verzekeraars die “losse eindjes” eerst afronden om dan hun handen vrij te hebben voor de grote massaclaims. “We zien steeds meer beweging. Namen kan ik uiteraard niet noemen, maar ik heb de indruk dat verzekeraars werken aan een oplossing.”
Advocaat Adriaan de Gier, die namens Wakkerpolis procedeert tegen NN en ASR, heeft nog geen signalen in die richting. “Individueel hebben verzekeraars inderdaad de wens om uitspraken te voorkomen. Maar op dit moment zie ik nog geen bereidheid om collectief te schikken. Ik denk dat de omvang van het belang te groot is. Wij focussen ons op de eerstekostenproblematiek. Als je doortelt kom je op een claim van 3,5 tot 3,75 miljard euro. Ik denk dat de verzekeraars eerst wachten op een uitspraak.”
Het lijkt erop dat verzekeraars denken dat als ze verder procederen ze een gunstiger resultaat kunnen verwachten”
Het eerstvolgende vonnis valt medio 2020 als de rechtbank Rotterdam zich uitspreekt in de zaak Wakkerpolis/NN (zie ook kader). Volgens De Gier is de uitkomst daarvan bepalend voor de kansen op een collectieve schikking, maar heel optimistisch is hij niet. “De bereidheid van onze kant is er. Kennelijk bij NN niet. Voorlopig mikt men op het winnen van procedures. Het lijkt erop dat verzekeraars denken dat als ze verder procederen ze een gunstiger resultaat kunnen verwachten.”
Zet één schikking de poort open voor meer claims?
Graafsma vermoedt dat verzekeraars nog steeds bang zijn voor het volume. “De noodzaak om collectief te schikken neemt bovendien af. In de laatste zaken over DIN-plan (Allianz, de enige verzekeraar mét collectieve schikking, red.) grepen consumenten drie keer mis.”
Belangstelling OM voor de Goudse?
Een zaak apart in het woekerpolisdossier, in de woorden van claimexperts, is het handelen van de Goudse. Tv-programma Radar onthulde samen met ConsumentenClaim dit najaar dat de verzekeraar uit Gouda jarenlang te rooskleurige offertes voor beleggingsverzekeringen had afgegeven. De software rekende met verkeerde sterftetafels, waardoor eindkapitalen werden gegeven die nooit gehaald konden worden.
Pieter Lijesen kan zich niet voorstellen dat “de Goudse niet met een oplossing gaat komen voor deze klanten”. “Het klopt gewoon niet wat ze gedaan hebben. Als ze dit niet oplossen, leidt dat onherroepelijk tot procedures die ze niet kunnen winnen.”
Afhankelijk van klokkenluiders
Zelf gaat hij geen aangifte doen, zegt Lijesen, maar het zou hem niets verbazen als ook het Openbaar Ministerie belangstelling heeft voor de zaak. “Er waren mensen die willens en wetens met deze software onjuiste offertes leverden. Ik verwacht dat er bestuurders hiervoor gedagvaard worden.”
Lijesen vindt dat ook het Verbond van Verzekeraars een rol in deze zaak zou moeten spelen. Volgens hem spelen er bij meer maatschappijen zaken met fouten in offertesoftware. Het is alleen lastig om tot een procedure te komen. “Er zitten nogal wat variabelen in die software. Je bent afhankelijk van klokkenluiders.”
De omvang van de claims is niet het grootste probleem, denkt Flipse. “Ondanks dat verzekeraars diep in hun zak moeten grijpen, praat je nog steeds over in verhouding overzichtelijke en acceptabele bedragen. Volgens mij draait het bij verzekeraars maar om één grote zorg. Als ik tot een collectieve regeling kom, zet ik dan de poort voor meer claims open?”
Geen tsunami van rechtszaken
“Verzekeraars zouden er daarom enorm wijs aan doen, om juist nu te schikken met de mensen die zijn aangesloten bij claimorganisaties”, zegt Graafsma. “Dan kunnen ze het behappen. En als je als consument daarna nog aankomt, dan ben je niet op tijd.”

Vanzelfsprekend, noemt Lijesen dat. “Wij kunnen niet opkomen voor mensen die ons niet machtigen, we kunnen niet eens voor hen spreken. Een nieuwe deal zal dus ook alleen gelden voor aangeslotenen.” Dat was ook het geval bij de schikking die tot stand kwam met Allianz. Volgens Flipse bleef het aantal mensen dat zich niet had aangesloten bij een claimclub en naderhand alsnog een procedure wilde starten beperkt. “We hebben dat in diverse grotere schikkingen gezien die wel in de publiciteit zijn gekomen, maar waar niet of nauwelijks op is gereageerd.” Met andere woorden: zo bang hoeven verzekeraars niet te zijn dat na een nieuwe schikking een tsunami van nieuwe rechtszaken op hen af komt.
Individueel zijn de bedragen relatief laag

Dat verwacht ook Lijesen. Het belang is voor veel verzekerden simpelweg niet groot genoeg om naar de rechter te stappen. De eventuele schadevergoeding van 10.000 tot 20.000 euro weegt volgens hem niet op tegen de advocaatkosten. Lijesen maakt de vergelijking met renteswaps, een dossier dat hij ook behandelt. “Renteswaps beginnen bij een ton en lopen tot 5 miljoen euro. Daar wil een ondernemer wel voor procederen. Dat is het manco van de beleggingspolis, of het geluk van de verzekeraar. Het gaat in totaal om enorme bedragen, maar individueel zijn die relatief laag.”
Zolang rechters in collectieve claims geen (grote) schadevergoedingen toekennen, hoeven verzekeraars zich dus weinig zorgen te maken en gebeurt er weinig? “Er zijn twee dingen die zouden werken”, zegt advocaat De Gier. “Dat is of een duidelijke veroordeling of verzekeraars die hun bereidheid tonen om een dossier op te lossen. Ze lijken echter een andere keuze te maken: zo lang rekken en strekken totdat mensen de strijd op een gegeven moment opgeven. Dat zal eerder in individuele zaken gebeuren. De collectieven gaan wel door.”
Langslepende affaire
En dat neemt nog wel jaren in beslag, stelt Lijesen. “In collectieve vonnissen worden punten toegewezen en andere punten afgewezen. De verzekeraar gaat in beroep en wij gaan in beroep en zo ben je weer een paar jaar verder. Ik verwacht komend jaar wel wat uitspraken, maar uiteindelijk maakt het niet uit hoe die uitvallen. Ze leiden sowieso tot hoger beroep of cassatie. Dit blijft een langslepende affaire.”
Flipse is optimistischer. Volgens hem informeerden meerdere verzekeraars afgelopen jaar achter de schermen naar de Allianz-schikking. “Ik krijg de indruk dat ze nu weleens van dit dossier af willen.”
Massaclaimagenda 2020
Voor het komend jaar staan een paar belangrijke momenten op de kalender van claimclubs:
- Begin juni komt er een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in de zaak van Wakkerpolis tegen NN. De stichting voert een procedure over de eerste kosten. Klanten zouden daarover niet goed zijn voorgelicht bij het aangaan van hun beleggingsverzekering.
Hoger beroep
- Ook medio 2020 staan uitspraken in hoger beroep op de rol in de procedures van Vereniging Woekerpolis tegen ASR en Reaal (Vivat). De rechtbank Midden-Nederland stelde begin dit jaar ASR nog in het gelijk. Volgens de rechter heeft de verzekeraar niet zijn informatieplicht geschonden. Wel rekende ASR te veel administratiekosten bij polissen met een hoog-laagconstructie.
- In de zaak tegen Reaal heeft Vereniging Woekerpolis een betere uitgangspositie. In die procedure kreeg de claimclub eind 2017 op meerdere punten gelijk van de rechtbank Noord-Holland. Reaal had klanten moeten waarschuwen voor het hefboom- en inteereffect. Ook waren een paar volwaarden een oneerlijk beding. Op andere punten had Reaal juist wel voldoende informatie verstrekt.
Pleidooi
- En dan staan er voor het komend jaar ook nog in enkele zaken een pleidooi geprogrammeerd. Allereerst in januari in het hoger beroep van Vereniging Woekerpolis tegen Nationale-Nederlanden. Medio 2017 oordeelde de rechtbank Rotterdam nog dat NN klanten voldoende informatie had gegeven over kosten en premies van Flexibel Verzekerd Beleggen-polissen.
- Aegon trok in 2017 wel aan het kortste eind in de strijd met Vereniging Woekerpolis. De verzekeraar had klanten niet goed geïnformeerd over de kosten van beleggingen en de hoogte van overlijdensrisicopremies. Toch ging de claimclub in beroep, omdat die wil dat ook aan- en verkoopkosten worden gecompenseerd. Het pleidooi in die beroepszaak wordt medio 2020 verwacht.