De stimulering van buitengerechtelijke geschiloplossing is een onderdeel van het regeerakkoord. Dekker gebruikt in zijn Kamerbrief de Engelse term alternative dispute resolution (ADR). Momenteel zijn er vier ADR-instanties in Nederland. Buiten het Kifid zijn dat de Huurcommissie, de Geschillencommissie voor Consumentenzaken, en de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SGKZ).
Dekker neemt zich voor om overleg tussen de vier instanties te stimuleren en faciliteren. “In een recentelijk overleg kwam aan het licht dat bij alle ADR-instanties op dit moment een ontwikkeling aan de gang is die ziet op het stimuleren van bemiddeling in plaats van een afdoening via bindend advies of arbitrage. De achtergrond is dat alle ADR-instanties ervaren dat de klantwaardering bij bemiddeling hoger is dan bij een afdoening via bindend advies of arbitrage”, schrijft de minister in de brief.
Goed ontvangen
Het Kifid sluit zich daarbij aan. In een verklaring op de website schrijft het instituut: “In de praktijk zien de vier organisaties al een beweging naar advies en bemiddeling ontstaan. Alle vier de organisaties anticiperen daarop met verschillende – reeds duurzame en goed ontvangen – initiatieven door klachten zo vroeg mogelijk in het proces op te lossen, bij voorkeur met bemiddeling. In 2017 losten de vier organisaties gezamenlijk ruim 17.000 klachten op. Dat klanten dit waarderen, blijkt uit de cijfers. Klanten van de vier organisaties geven een onderlinge oplossing gemiddeld een rapportcijfer van ruim een 8.”