Aernout Vink, lid van de Kifid-geschillencommissie, gaf recent wat meer duidelijkheid op een seminar van het Amsterdam Centre for Insurance Studies. De aanwezige juristen, veelal in dienst van verzekeraars, snakken naar duidelijkheid van het klachteninstituut als het gaat om de zaken die (vaak langdurig) lopen omtrent beleggingsverzekeringen.
Kifid zit op een hele hoop van die klachten omdat er bij rechtbanken en gerechtshoven weinig wordt geprocedeerd, aldus Vink. "Het gaat daarvoor om te kleine bedragen per particulier. Blijven over de claimorganisaties, maar daar is de rechtspraak niet klaar voor, voor die collectieve procedures." Verwijzingen naar de successtory van Koersplandewegkwijt wees Vink van de hand. "Dat is zó'n ander product, die zaak geeft nauwelijks richting."
Informatie
Vink gaf aan dat veel klachten gaan over de informatievoorziening. De geschillencommissie schortte de behandeling van die klachten tijdelijk op toen de zaak-Van Leeuwen liep bij het Europese Hof. Daar werd uiteindelijk bepaald dat verzekeraars zich niet alleen aan de toenmalige wetgeving hadden moeten houden, maar dat de redelijkheid en billijkheid en dus ook open normen een rol speelden. Echter: de verplichtingen die daaruit voort zouden kunnen vloeien, moesten wel voorzienbaar zijn voor de verzekeraar.
Er zit lijn in
Met die informatie op zak, hervatte het Kifid vervolgens de behandeling van de zaken. Vink zegt: "En er zit een lijn in wat we doen. We verwachten drie dingen: de verzekeraar moest duidelijke en begrijpelijke informatie geven, er moest inzicht zijn in de te betalen premie en de mogelijke opbrengst en er moest duidelijkheid zijn over welke soorten kosten werden ingehouden. Kortom: als de klant was geïnformeerd over premie, soorten kosten en het effect op het resultaat, dan deugde de informatieverstrekking."
Uniform
Als het níet deugde, dan moet opnieuw de waarde van de verzekering worden vastgesteld. Vink vertelt dat Kifid heeft geworsteld met de juiste toerekening. "De afdoening moet uniform zijn en dat is lastig. We hebben er voor gekozen dat kosten die niet zijn overeengekomen eruit moeten, met een bodem van 1,5 procent." Anders gezegd: de verzekeraar moet opnieuw gaan rekenen met inachtneming van een maximumkostenpercentage van 1,5 procent zónder verdere opslagen. Vink: "Alle kosten worden daarbij op één hoop geveegd: dus eerste kosten, doorlopende kosten en de TER." De geschillencommissie paste deze methodiek bijvoorbeeld toe in een zaak tegen ASR.
Nog geen toezegging
Vink kon de juristen in de zaal niet toezeggen dat deze lijn nu altijd zal worden gevolgd. "De Commissie van Beroep gaat hier ook nog iets van vinden", zei hij. Die commissie, het hogerberoeporgaan van Kifid, buigt zich momenteel over de bekende 'eerstekosten-zaak' waartegen door Nationale-Nederlanden hoger beroep is aangetekend. Bij die zaak mocht NN van de geschillencommissie de eerste kosten helemaal niet in rekening brengen, omdat die niet waren overeengekomen. Dat wijkt wel weer af van de 1,5-procentregel die nu in het leven is geroepen, zei een oplettende jurist pienter. Vink gaf toe: "Ja, er is sprake van voortschrijdend inzicht".
Hij zei ook dat een beroep op dwaling eigenlijk bijna nooit wordt gehonoreerd. "De kern van de overeenkomst met een beleggingscomponent was steeds helder. Dwaling gaat dan niet op en dat betekent dat de overeenkomst niet vernietigd kan worden."