In het confrontatiegesprek dat de adviseur had met Freo gaf hij zijn fraude toe: hij had de DUO-aflossing weggepoetst, net als de aflossing van een lening van zijn moeder. Zaken die van invloed waren op zijn leencapaciteit. Dat wist hij, omdat hij als financieel adviseur consumenten bijstond bij het aanvragen van leningen.
Ook geen zakelijke relatie mogelijk
Toen Freo-moeder Rabobank de klant in het EVR had gezet, zijn taakstraf erop zat en de boete was betaald, kwam er echter nog een probleem aan het licht. Een niet bij naam genoemde bank weigerde een leningaanvraag van een klant van de man in behandeling te nemen. Zolang hij als fraudeur in het register stond, wilde de geldverstrekker ook geen zakelijke relatie met hem. Niet veel later werd zijn arbeidscontract ontbonden.
Dat hij nu ook niet meer in de financiële dienstverlening kan werken, vindt de man een te zware sanctie. De tijd waarin hij zijn aanvraag vervalste omschrijft hij als een zwarte periode in zijn leven. In een vergelijkbare zaak zou een registratie van twee jaar zijn opgelegd. De Rabobank vindt een registratie van vier jaar het minimum. Juist omdat hij werkzaam is in de financiële dienstverlening.
EVR-toets niet gebruikelijk
Kifid is het ten dele met Rabobank eens. Twee jaar is te kort voor een financieel dienstverlener die beter moet weten. En: “…de consument heeft de commissie er niet van kunnen overtuigen dat hij zijn beroep in het geheel niet kan uitoefenen. Dit is afhankelijk van het beleid van de financiële dienstverlener. Zo toetst de bank zelf alleen of de vergunningen en licenties van de adviseur in orde zijn en niet of zijn persoonsgegevens voorkomen in de externe registers.”
De geschillencommissie is er wel van overtuigd dat de ernst van de overtreding tot de man is doorgedrongen en dat hij in een moeilijke periode zat. De registratie wordt ingekort tot 3 jaar. Vanaf november is de notitie verdwenen.