De consument in deze zaak heeft een inboedelverzekering met een garantie tegen onderverzekering bij Nh1816. Als de verzekeraar na vijf jaar vraagt de inboedelwaardemeter opnieuw in te vullen, klimt de klant in de pen. Hij vindt de hoogte van zijn nettomaandinkomen niet relevant. Immers, als hij hoge lasten heeft, zou hij alsnog weinig bestedingsruimte hebben. Bovendien kan er sprake zijn van een grote schenking of erfenis en daar wordt niet naar gevraagd.
Vrije keuze
Nh1816 legt uit dat het vrij staat te kiezen tussen een dekking met of zonder garantie tegen onderverzekering. Is geen garantie gewenst, dan kan de klant zelf de verzekerde som opgeven. Wil de klant zo’n garantie, dan moet de inboedelwaardemeter op een juiste manier worden ingevuld. De systematiek van die meter volgt de normen van het Verbond van Verzekeraars.
Van de Geschillencommissie wil de verzekerde weten of wat Nh1816 doet rechtsgeldig is. Hij heeft er bezwaar tegen het inkomen van de hoofdkostwinner in te vullen.
Globale waarde
Kifid beschrijft de inboedelwaardemeter als “een hulpmiddel om de globale waarde van een inboedel vast te stellen”. Daarvoor kunnen verschillende variabelen worden gebruikt. Het gebruik van het inkomen van de hoofdkostwinner als een van die variabelen komt de Geschillencommissie naar eigen zeggen “niet onredelijk” over.
In de verzekeringsvoorwaarden is onder andere bepaald dat een garantie tegen onderverzekering verloopt na een termijn van 60 maanden nadat de waarde van de inboedel is vastgesteld. Daarna moet binnen twee maanden opnieuw de inboedelwaardemeter worden ingevuld. Dat is in dit geval niet gebeurd. De commissie concludeert daarom dat Nh1816 gerechtigd was om de verzekering voort te zetten zonder garantie tegen onderverzekering. Het besluit is niet-bindend.