In de eerste aangifte vermeldt de verzekerde dat hij zijn auto op 29 augustus rond 23:00 uur parkeerde in de Ambassadewijk. Toen hij op 4 september in de middag weer terugkeerde bij de auto, kwam hij erachter dat er was ingebroken. Om de schade te beoordelen, schakelt ABN Amro een CED-expert in, die het schadebedrag voor de bagage vaststelt op 1.968 euro.
Meerdere tassen en telefoons
De expert noteert in het gespreksverslag: “In de tas en de koffer was o.a. geld opgeborgen en een iPhone 6. Verzekerde gaf aan dat hij als voetbalmakelaar diverse tassen en koffers en telefoons in gebruik heeft. […] De afstand tussen het hotel en het voertuig bedroeg ca 300 meter. Verzekerde had zijn tas en koffer naar het hotel kunnen brengen.” De expert concludeert daaruit dat de verzekerde onvoldoende voorzichtig is geweest.
Nieuwe aangifte
Als ABN Amro de schade afwijst, mailt de klant aan de expert dat hij op 4 september rond 10:00 uur nog terugkwam bij de auto om zijn koffers achterin te leggen. Daarna is hij gaan brunchen. Twee weken na de afwijzing, laat hij bij de politie ook een nieuw proces-verbaal opmaken, waarin hij verklaart verkeerde tijden te hebben doorgegeven bij zijn eerste aangifte. ABN Amro besluit daarop de verzekering per direct op te zeggen en de klant aan te melden in de verwijzingsregisters.
Valse handtekening
Bij Kifid vecht de voetbalmakelaar dat oordeel aan. Daar beweert hij onder meer dat hij een ander gespreksverslag met de expert ondertekend heeft dan waar ABN Amro mee schermt. Dehandtekening onder dat gespreksverslag was volgens de klant niet door hemzelf gezet.
Gelijkenissen
De commissie ziet echter bij de zitting dat de handtekening grote gelijkenissen vertoont met het schadeformulier, de identiteitskaart en de aangifte. “Bovendien heeft Consument pas bij repliek voor het eerst aangevoerd dat de handtekening onder het gespreksverslag niet van hem is terwijl hij dit verslag al voorafgaand aan de procedure bij Kifid door Verzekeraar toegezonden had gekregen”, schrijft Kifid.
Mail aan de politie
Bij de klacht heeft de consument nog een mail ingebracht die hij zou hebben verstuurd aan de politie op 5 september. Daarin staat: “4 september 2017 heb ik een aangifte bij u gedaan omtrent diefstal uit mijn auto. Hierbij stuur ik u nog een aantal foto’s toe om de aangifte compleet te maken. […] Auto heeft daar bijna een week gestaan maar de daadwerkelijke diefstal is in de ochtend geweest, gezien dat mijn bagage weg was. Wellicht dat er een mogelijkheid is om beelden op te vragen bij beiden ambassades?”
Verkeerde datum
Kifid zet vraagtekens bij de mail. “De Commissie vindt het opmerkelijk dat in de e-mail wordt verwezen naar een reeds gedane aangifte terwijl de daadwerkelijke aangifte pas de dag na het verzenden van e-mail heeft plaatsgevonden.” De voetbalmakelaar heeft daar geen uitleg voor. Hij krijgt van de commissie nog wel de mogelijkheid om met een verklaring van de politie aan te tonen dat de mail daadwerkelijk verstuurd is. Ook dat lukt hem niet.
Onderzoekskosten
De geschillencommissie is daarmee van oordeel dat ABN Amro de fraude voldoende heeft aangetoond. Het royement en de verwijzingen naar de incidentenregisters zijn terecht. De 532 euro aan de onderzoekskosten moet de verzekeraar wel intrekken, omdat die volgens Kifid onvoldoende zijn onderbouwd. De uitspraak is bindend.