De man heeft een hypotheek bij de Rabobank die bestaat uit drie aflossingsvrije leningdelen, samen goed voor € 271.000. Eind 2012, vlak voor de invoering van het provisieverbod voor complexe producten, heeft hij gesprekken met een financieel adviseur van de bank over de mogelijkheden zijn lening om te zetten. Hij krijgt een offerte voor het het oversluiten van het grootste leningdeel, dat € 196.500 groot is. Hij tekent de offerte samen met zijn partner. Hij neemt de rente van 4,7% mee op grond van de verhuisfaciliteit.
Opslag tussentijds vervallen
Die rente bevat een risico-opslag van 0,5% die is bepaald aan de hand van de WOZ-beschikking. In 2014 loopt de renteperiode af en komt de Rabobank met een voorstel. De man zet de rente voor vijf jaar vast tegen 3,5%; de risico-opslag is dan 0,9%. Vijf jaar later kiest hij ervoor om de rente per november 2019 voor 20 jaar vast te zetten tegen 3,2%, met een risico-opslag van 0,4%. Na aanlevering van de actuele WOZ-waarde laat de bank de nog tot november geldende risico-opslag van 0,9% vervallen omdat de waarde van het huis dusdanig is gestegen dat de opslag niet meer van toepassing is. Bovendien komt voor de nieuwe renteperiode ook de opslag te vervallen.
Geen terugwerkende kracht
Dat brengt de man op een idee: hij vraagt of de Rabobank die risico-opslag ook met terugwerkende kracht kan corrigeren. Maar dat is niet het geval. Hij dient een klacht in en wil terugbetaling van de in zijn ogen te veel betaalde rente tussen 1 januari 2013 en 1 oktober 2019. Het gaat om ruim € 16.000. De man vindt dat de bank tekortgeschoten is in de zorgplicht. Zo is in het adviesgesprek in 2012 nooit aangegeven dat een taxatierapport uit 2007, met een beduidend lagere woningwaarde, wellicht te oud was en dat de WOZ-waarde een risico-opslag zou bepalen. Ondanks dat er tussentijds informatie voorhanden was om de opslag te laten vervallen, heeft de bank dat nagelaten.
Rabobank: het was geen onafhankelijk advies”
Adviesovereenkomst?
De geschillencommissie buigt zich over de vraag of de Rabobank proactief moet handelen met betrekking tot het informeren over en het aanpassen van de risico-opslag. Daarvoor moet eerst worden vastgesteld of er sprake is van een adviesovereenkomst, aldus Kifid. De man stelt dat zijn gesprekken met een financieel adviseur van de bank het karakter hebben gehad van een onafhankelijk hypotheekadvies. De Rabobank is van mening dat de gesprekken waren gericht op het toelichten van de gevolgen van het oversluiten van de hypotheek en dat van een onafhankelijk hypotheekadvies geen sprake was.
Geen kosten gerekend voor gesprekken
Kifid oordeelt dat er geen sprake is van een overeenkomst van opdracht tot het verstrekken van hypotheekadvies tussen de man en de bank. "Er is geen sprake van een onderliggende overeenkomst die ertoe strekt dat de bank hypotheekadvies zal verstrekken. De bank heeft daarnaast geen kosten in rekening gebracht voor de (advies)gesprekken. Uit het dossier blijkt bovendien niet dat de gesprekken met de bank een ander karakter hebben gehad dan het toelichten van de gevolgen van het oversluiten van de hypotheeklening. De Bank trad op als wederpartij van consument bij de kredietovereenkomst. Dat consument de kredietovereenkomst wilde wijzigen en de bank daar medewerking aan wilde verlenen maakt de bank niet tot adviseur van consument." Daarom is er geen sprake van een adviesrelatie, luidt het oordeel.
Geen informatieplicht
Moest de bank dan - louter als aanbieder handelend - de klant informeren over het toepassen van een risico-opslag of de opslag aanpassen? Nee, zegt de geschillencommissie. Een dergelijke informatieverplichting bestaat niet en is ook niet afgesproken tussen klant en bank. "De bank is daarnaast niet verplicht om actief te controleren of consument in aanmerking komt voor een wijziging van de risico-opslag."
Monitoren opslag niet afgesproken
Dat in 2012 van een onjuiste WOZ-waarde is uitgegaan, zoals de man stelt, volgt Kifid niet. De man heeft in december van dat jaar een document getekend waarmee hij verklaart er geen bezwaar tegen te hebben dat de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2011 gebruikt zou worden voor de waardebepaling van het onderpand. "Dat consument met de bank is overeengekomen dat de bank de waarde van het onderpand zou blijven monitoren is door consument niet aannemelijk gemaakt. Daardoor komt de commissie tot de conclusie dat de opslag niet op een onjuiste wijze, in strijd met de toepasselijke voorwaarden, tot stand is gekomen." In de algemene voorwaarden is bovendien aangegeven dat de opslag niet tussentijds wordt aangepast. "De opslag wordt in beginsel enkel gewijzigd op het moment dat de rente wordt herzien. De bank heeft in dit geval de risico-opslag laten vervallen en daarmee de rente tussentijds aangepast. Gesteld noch gebleken is dat het tussentijds laten vervallen van de risico-opslag tot nadeel voor consument heeft geleid. Uit de tussentijdse verlaging van de risico-opslag kan echter niet worden afgeleid dat de risico-opslagen die consument tot dat moment heeft betaald aan de bank onterecht in rekening zijn gebracht."