In de zaak waarin Kifid nu uitspraak heeft gedaan draait het om een consument die in 1998 een gemengde Waerdye levensverzekering met kapitaalopbouw op basis van beleggen afgesloot. Volgens de consument was hij toentertijd, voor het afsluiten niet, dan wel onvoldoende, geïnformeerd over (de hoogte van) de kosten en de in rekening te brengen premie voor de overlijdensrisicodekking van de verzekering..
Geen plicht tot vermelden nominale hoogte kosten
Van dwaling is volgens de geschillencommissie geen sprake “omdat Consument heeft kunnen en moeten begrijpen dat sprake was van een beleggingsverzekering met een niet gegarandeerde einduitkering bij leven, dat daaraan kosten verbonden waren, dat voor de overlijdensrisicodekking een premie verschuldigd was en dat de premie voor het overige zou worden belegd en dat bij in leven zijn van de verzekerde op de einddatum de waarde van de dan aanwezige units zou worden uitgekeerd.” Ook stelt de commissie dat ASR ten tijde van het afsluiten van de verzekering nog niet de plicht had om de nominale hoogte van de kosten en de premie voor de overlijdensrisicoverzekering te communiceren richting de klant.
Informatieverstrekking over kosten verzekering
Wel is Kifid van mening dat ASR heeft verzuimd om (precontractueel) voldoende duidelijke informatie te verschaffen over de in rekening te brengen kosten en de invloed van die kosten op het mogelijk te behalen resultaat. “Met als gevolg dat Consument niet in staat is geweest een voldoende geïnformeerde keuze te maken om de beleggingsverzekering al dan niet af te sluiten. Wat betreft de informatieverstrekking over de kosten van de Verzekering is Verzekeraar dan ook jegens Consument tekortgeschoten, hetgeen onrechtmatig is.”
Overdrachtswaarde opnieuw vaststellen
De precieze schade kan volgens de commissie niet worden vastgesteld omdat (achteraf) niet bepaald kan worden wat de consument gedaan zou hebben indien hij door ASR (vooraf) steeds volledig en juist was geïnformeerd. “De Commissie bepaalt daarom - oordelend naar billijkheid- dat Verzekeraar aan de hand van de bij de in de compensatieregeling gehanteerde methodiek opnieuw de overdrachtswaarde uit 2007 dient vast te stellen met inachtneming van een maximum kostenpercentage van 1,5% zonder verdere opslagen.”