Een stel sloot in 2005 een hypotheek en twee beleggingsverzekeringen af, waarmee ze het overlijdensrisico afdekten. In 2018 werd de hypotheek overgesloten, de beleggingsverzekeringen stopgezet en – althans, dat dachten de consumenten – een nieuwe orv afgesloten, die het aflossingsvrije deel van de hypotheek zou dekken.
Een snel overlijden
Binnen een jaar na het oversluiten van de hypotheek overlijdt de echtgenoot van de vrouw en blijkt er géén overlijdensrisicoverzekering te zijn. Daarvoor houdt de vrouw haar Huis & Hypotheek-adviseur aansprakelijk.
Zij is van mening dat de adviseur óf de beleggingsverzekeringen uit 2005 had moeten voortzetten óf in 2018 bij het oversluiten van de hypotheek een nieuwe orv af had moeten sluiten.
Niet aansprakelijk
Het afsluiten van een orv is namelijk wel ter sprake gekomen, herinnert de vrouw zich. Zo kwam de vraag ‘rookt u?’ voorbij in de adviesmodule.
Maar de adviseur stelt dat hij geen beroepsfout heeft begaan, dat hij niet aansprakelijk is voor de schade die de vrouw heeft geleden en als er überhaupt sprake is van schade, dan is dit haar eigen schuld.
Advies niet genoteerd
Volgens de adviseur heeft hij het stel in 2018 namelijk geadviseerd de beleggingsverzekeringen níét stop te zetten. Uit het adviesrapport naar aanleiding van het oversluiten van de hypotheek komt dat echter niet naar voren. De wens van het stel om een orv af te sluiten blijkt wél uit dat rapport, oordeelt Kifid.
Gezien het inkomen van de vrouw alleen had de adviseur sowieso ter sprake moeten brengen dat als haar man zou overlijden, het opbrengen van de maandlasten weleens onmogelijk kon worden. Dat de hypotheekadviseur niet van het afkopen van de beleggingsverzekeringen op de hoogte was snijdt ook geen hout (het staat immers in het adviesrapport) en het feit dat deze producten niet in zijn portefeuille zaten doet niet ter zake: hij heeft het stel zelfs geholpen bij het aankopen ervan.
75 procent van de schade
Kifid is daarom van mening dat de hypotheekadviseur wel degelijk in zijn zorgplicht is tekortgeschoten. Natuurlijk hadden de man en de vrouw ook zelf aan de bel kunnen trekken: de beleggingsverzekering werd afgekocht, maar (de vragenlijst voor) een orv-polis en het betalen van premie bleven uit. Daarom komt 25 procent van de schade voor eigen rekening.
De rest is voor rekening van de adviseur: 75 procent van het aflossingsvrije leningdeel van 247.500 euro maakt een schadevergoeding van ruim 185.000 euro, exclusief een deel van de betaalde rente, blijkt uit de uitspraak.