Twee consumenten, verzekerd voor rechtsbijstand bij Nationale-Nederlanden, kregen in 2021 spijt van de aankoop van een camper. In tegenstelling tot wat de koper had opgegeven, bleek de kampeerwagen veel zwaarder en breder dan toegestaan voor een rijbewijs B. Vervelend, want ze mochten er de weg niet mee op en de geplande droomreis viel in duigen. Eerst moesten ze tijd en geld investeren in de extra rijlessen en het examen voor een rijbewijs C, alsof ze vrachtwagenchauffeur wilden worden.
Opeenvolging van juristen
DAS, de uitvoerder van de rechtshulpverzekering, stond de consumenten bij in het ontbinden van de koop bij de Geschillencommissie Voertuigen. Maar de jurist van DAS werd ziek en een tweede nam de zaak over. Op de dag van de zitting trad een derde jurist in de plaats van de vorige, die verhinderd was. Helaas kon de koop van de camper maar deels worden ontbonden, luidde het bindend advies van de Geschillencommissie Voertuigen.
Jurist laat beroepstermijn verstrijken
De jurist adviseerde dat hun zaak “redelijk kans op succes” had bij de gewone rechter. De gerechtelijke procedure kwam op gang met een dagvaarding aan de verkoper van de camper. Maar tijdens de procedure bleek dat de DAS-jurist te laat was geweest met de dagvaarding. De beroepstermijn, twee maanden, was afgelopen op 19 september 2022 en de dagvaarding bleek pas door de DAS-jurist op 21 oktober te zijn uitgebracht. De consumenten kwamen dit echter niet via hun jurist te weten, maar vanwege het verweer van de camperverkoper.
Mallemolen van tegengestelde adviezen
De consumenten vroegen zich af of hun zaak nog wel kans van slagen had. Toen ze hiernaar informeerden bij de jurist, liet deze weten ineens minder kans op succes te zien als gevolg van het te laat indienen van zijn dagvaarding. "Zoals de kaarten nu zijn geschud, gaan wij het alleen al op dat punt niet redden.”
De consumenten deden hun beklag daarover bij DAS. Ze kregen daarop te horen dat de zaak eigenlijk toch al niet zoveel kans had gemaakt. Desondanks volgde weer het advies om de zaak door te zetten. Toch trokken de consumenten de inmiddels lopende procedure bij de rechtbank definitief in.
Klacht over nalatigheid DAS
Wel dienden ze bij de geschillencommissie van Kifid een klacht in tegen hun rechtsbijstandsverzekeraar Nationale-Nederlanden dat uitvoerder DAS de dagvaarding te laat had uitgebracht. Hun procedure bij de rechtbank had daardoor geen kans van slagen meer gehad. Ze kwamen uit op een schadevergoeding van 20.000 euro, gezien de kosten voor een extra rijbevoegdheid, gederfde vakantievreugde en de reparatiekosten van een koppelingsplaat terwijl de garantietermijn van de Bovag ook nog eens verstreken was.
Volgens Nationale-Nederlanden was de dagvaarding mogelijk te laat uitgebracht, maar de termijn was zeker niet overschreden. Het had alleen een tijdje geduurd voordat ze er bij DAS achter waren gekomen dat ze per ongeluk een fout hadden gemaakt in het e-mailadres van de deurwaarder, naar wie ze de dagvaarding hadden gestuurd. Bovendien kon DAS lange tijd niet inloggen bij de Geschillencommissie Voertuigen om de uitspraak te downloaden.
Wanprestatie door DAS
De geschillencommissie van Kifid oordeelt dat DAS toerekenbaar is tekortgeschoten in het uitbrengen van de dagvaarding, oftewel een wanprestatie heeft geleverd. Was de gerechtelijke procedure wel doorgezet, dan was het namelijk aannemelijk dat ook de rechter zou oordelen dat de dagvaarding te laat was uitgebracht. Bovendien stelt de commissie dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend rechtshulpverlener mag worden verwacht dat die nauwkeurig de termijn van beroep in de gaten houdt tegen de uitspraken van de Geschillencommissie Voertuigen. Hiermee verwierp de commissie het verweer van DAS dat de uitvoerder de dagvaarding niet op tijd kon uitbrengen door technische problemen zoals storingen met inloggen en fouten in het e-mailadres.
Vordering deels toegewezen
De commissie vindt het dan ook begrijpelijk dat de consumenten door verwarrende mededelingen van de jurist hun zaak hadden introkken. Toch is hun vordering maar gedeeltelijk toegewezen, omdat ze hun geëiste schadevergoeding niet geheel konden onderbouwen. In zijn bindende uitspraak nam de commissie voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding het model ter hand van de goede en kwade kansen wanneer de zaak wel voor de rechter had gediend. Daaruit volgde een schadevergoeding van 5.250 euro.