Een man heeft een forse pensioenpot opgebouwd en wil met zijn kapitaal nog wel wat rendement maken in de uitkeringsfase. Hij steekt daarom in 2017 ruim een miljoen in het Aegon Uitkerend Beleggingspensioen. Afhankelijk van het beleggingsrendement, de marktrente en veranderingen in de levensverwachting wordt jaarlijks op 1 januari de uitkering opnieuw berekend, zo leest hij in de productdocumentatie.
21% rendement, 6% meer uitkering
In 2019 ontvangt hij ruim € 60.000 en boekt hij ruim € 217.000 rendement. Per 1 januari van het jaar erop gaat zijn maandelijkse uitkering omhoog van € 5.076 naar € 5.392. Maar dat bedrag mag nog wel wat royaler met zo'n vorstelijk rendement, vindt de klant. Hij klaagt tot twee keer toe bij Aegon over de berekening van de uitkering. Hem is namelijk niet duidelijk gemaakt dat die onder meer afhankelijk is van de UFR, de voorgeschreven rekenrente die verzekeraars moeten hanteren. En die is afhankelijk van de risicovrije rekenrente en een langetermijneffect van de statistisch nog resterende jaren tot overlijden. Een iets lagere rekenrente kan een beleggingsresultaat op het kapitaal van 21% dus blijkbaar doen slinken tot een verhoging van de pensioenuitkering van maar 6%, zo beklaagt hij zich.
Ander projectierendement
Aegon laat de klant maar voor een deel profiteren van zijn rendement, betoogt hij bij de geschillencommissie. De UFR gaat uit van een risicovrije rentevoet, terwijl er geen garantie is voor de hoogte van het pensioen. De man vindt dat de informatie daarover beter had gemoeten. Uitkeringen worden zijn inziens verschoven naar het einde van de statistische levensduur van de uitkeringsgerechtigde, terwijl deze dan minder belang heeft bij een hoger pensioen. "De verzekeraar wekt de indruk baat te hebben bij deze berekeningswijze en de kans op een hogere sterftewinst in haar voordeel." Hij wil dat Aegon uitgaat van een projectierendement dat aansluit bij de samenstelling van het pensioenkapitaal en stelt € 25.000 misgelopen te zijn.
Wettelijk voorgeschreven
Die laatste wens wordt niet vervuld. Kifid stelt in de niet-bindende uitspraak vast dat de UFR-rekenmethode dwingend is voorgeschreven en dat Aegon daar dus niet van kan afwijken. Maar bij het informeren van de klant is de zorgplicht wel geschonden: voor hem was niet duidelijk welk zwaar gewicht de UFR in de schaal legt bij het bepalen van de uitkering.
Execution only
Aegon had een zwaarwegende informatieplicht. Daarbij speelt een grote rol dat de verzekering via execution only is gesloten: "Dit legt op de verzekeraar de verplichting de consument van zodanige informatie te voorzien dat de consument zelfstandig in staat is om het product te doorgronden en de consequenties hiervan op de lange termijn te voorzien." Ook als de klant zelf advies heeft ingewonnen, blijft die plicht overeind. "Een verzekeraar laat het immers aan de consument over deze keuze te maken." Bovendien draagt in dit geval de klant het beleggingsrisico, ook het renterisico en het macrolanglevenrisico. "De verzekeraar draagt alleen het micro-langlevenrisico."
Samenhang niet uitgelegd
Aegon heeft in de offerte weliswaar toegelicht welke factoren de hoogte van de uitkering beïnvloeden en wat de invloed van ieder van deze factoren is, maar: "De verzekeraar heeft niet uiteengezet hoe deze factoren in onderlinge samenhang de hoogte van de uitkering kunnen beïnvloeden terwijl de verzekeraar wel over deze kennis beschikt. Het enige scenario dat de verzekeraar voor de consument heeft doorgerekend, ziet op het beleggingsrendement. Wat er met de uitkering gebeurt als daarbij de rente en/of de levensverwachting wijzigt, kan de consument niet uit de verstrekte documentatie opmaken." Daarmee heeft Aegon geen volledig inzicht gegeven in het mechanisme van het Aegon Uitkerend Beleggingspensioen en in de daarmee samenhangende risico’s.
Aegon heeft de zorgplicht geschonden, maar omdat er van rechtswege nu eenmaal geen ander projectierendement gehanteerd mag worden, heeft de klant geen schade geleden, oordeelt Kifid. Aegon hoeft de man dus geen vergoeding te betalen.