Beroep op roekeloosheid gaat niet op: klant krijgt helft derde waterschade vergoed

Beroep op roekeloosheid gaat niet op: klant krijgt helft derde waterschade vergoed

Een vloer laten leggen in een keuken waar al twee keer waterschade is voorgevallen, is niet roekeloos. VLC & Partners moet daarom een klant alsnog zo'n € 10.000 betalen, oordeelt Kifid. De klant had de derde schade niet kunnen voorzien, onder meer omdat hij een vochtmeting had laten doen.

De consument heeft via VLC & Partners een woonhuisverzekering afgesloten. In april 2017 zorgt een lekkende leiding onder de vaatwasser voor waterschade aan de keukenvloer. Die schade is vergoed. De klant besluit daarna de keuken te laten verbouwen; bij de verbouwing blijkt dat de lekkage meer schade heeft veroorzaakt dan eerder door de Dekra-expert is vastgesteld. Een volgende expert komt kijken en ook die schade is vergoed. De expert meldt in zijn verslag ook "een derde evenement, wat zorgt voor dezelfde gevolgschade aan de wanden en aanvullend aan de keuken".

Restvocht

De verzekerde pakt het grondig aan en besluit de gehele verdieping te laten renoveren. In de herfst van 2018 wordt in de keuken een nieuwe marmoleumvloer gelegd. Het jaar erop is het voor de derde keer raak: vochtschade aan de vloer. Een expert, deze keer van Pompe Lekdetectie, komt kijken. Hij concludeert dat er mogelijk sprake is van restvocht in de vloer van de oude aanbouw. "De opbouw van deze vloer bestaat uit tegel over tegel met daaronder een cementdekvloer welke is aangebracht op beton met tempex en folie. Omdat vocht wat onder een tegelvloer komt alleen op de voegen kan uitwasemen heeft dit een veel langere droogtijd nodig, in dit geval zelfs twee tegelvloeren." De eigen expert van de klant kan geen defecten traceren. VLC vindt het welletjes en weigert verdere schadevergoeding.

Vloer laten leggen was niet roekeloos

Bij Kifid vordert de klant ruim € 21.000. De schade is nog altijd het gevolg van de lekkage uit 2017. Dat is de 'dominant cause', vindt hij. VLC bedient zich van de causa proxima-leer, die ervan uitgaat dat alleen het laatste in een reeks oorzaken relevant is voor de schadebeoordeling. Maar dat is in de voorwaarden niet genoemd, zo klaagt hij. Bovendien is hij door de eerste twee experts niet gewaarschuwd voor het risico van optrekkend restvocht.

De geschillencommissie buigt zich over het verwijt van VLC dat de klant roekeloos is geweest door de marmoleumvloer aan te leggen, hoewel eerder waterschade in de keuken was ontstaan door een lekkage van de vaatwasser. De vloer is gelegd over de oude vloer, zonder eerst een (uitgebreide) vochtmeting te laten uitvoeren. In de voorwaarden is bepaald dat een verzekerde bewust roekeloos is, als die weet dat er een grote kans is op schade, maar hij denkt dat die schade niet zal ontstaan. De consument is onbewust roekeloos, als hij er in het geheel niet bij stilstaat dat er een grote kans is op schade.
De bewijslast voor die roekeloosheid ligt bij VLC, aldus Kifid. En aan die bewijslast is niet voldaan. "De consument heeft namelijk na de eerdere waterschade een stookseizoen gewacht met het leggen van de marmoleumvloer en hij heeft vervolgens de aannemer een vochtmeting laten uitvoeren. Hoewel dit niet met zoveel woorden in de getuigenverklaring van de aannemer staat, volgt daaruit wel dat de uitkomst van de vochtmeting zodanig gunstig was dat marmoleumvloer kon worden gelegd." Naar het oordeel van de commissie heeft de consument hiermee redelijke maatregelen genomen om schade door restvocht in de vloer te voorkomen. Dat een uitgebreidere meting was, heeft VLC niet aannemelijk gemaakt.

De geschillencommissie bekijkt ook of er sprake was van een onzeker voorval. Ten eerste staat in de wet niet dat de onzekerheid zich gedurende de verzekering moet voordoen. "Toen de consument de verzekering afsloot, was de waterschade in het geheel nog niet ontstaan. In die zin is er sprake van een onzeker voorval." Ten tweede was er ook tijdens de looptijd van de polis onzekerheid: de klant had vanwege de vochtmeting de schade niet kunnen voorzien.

Dominant cause of causa proxima?

Wat moet als schadeoorzaak worden bestempeld? Is dat de dominant cause, namelijk de vaatwasserlekkage, of de proxima causa: het leggen van de marmoleumvloer? Kifid sluit zich aan bij de verzekerde. "Aanwijzingen voor de causa proximaleer in voorwaarden zijn met name termen als ‘rechtstreeks’ of ‘onmiddellijk’. Die termen ontbreken in dit artikel. Wel wordt in de voorwaarden de term ‘plotseling’ gebruikt, maar dat lijkt niet zozeer een aanwijzing te zijn voor een causaliteitsmaatstaf, maar eerder een kwalificatie van de oorzaak van de schade." Anderzijds is ook de dominant causeleer niet als maatstaf te hanteren omdat er geen specifieke maatstaf is overeengekomen.

Kifid kiest de gulden middenweg: er is sprake van meervoudige causaliteit waarbij beide oorzaken hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade aan de marmoleumvloer. Beide tellen voor 50% mee. Omdat er geen sprake is van eigen schuld of roekeloosheid van de verzekerde, moet VLC 50% van de schade vergoeden.

Bindende uitspraak 2021-0755

Rob van de Laar

Rob van de Laar

redacteur AM

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.