In beidezaken had ABN Amro de decennialange bancaire relatie met de klant opgezegd, omdat deze al langere tijd niet meer in de Europese Unie woonde. Volgens het Financieele Dagblad zou het gaan om ABN Amro klanten die waren geëmigreerd naar respectievelijk Thailand en Nieuw Zeeland.
Deelname aan Staatsloterij
Beide klanten vorderden bij Kifd dat ABN Amro de bancaire relatie zou voortzetten. Een van de emigranten gaf hierbij als argument aan dat hij een Nederlandse bankrekening nodig had om deel te kunnen blijven nemen aan de Staatsloterij.
Wet- en regelgeving
De bank bracht daar tegenin dat zij niet anders kan dan de rekeningen opzeggen omdat ze moet voldoen aan de aan wet- en regelgeving in Nederland en het nieuwe thuisland van de klanten. Deze wetgeving verbiedt de bank om bepaalde bancaire diensten aan te bieden buiten de Europese Unie zonder vergunning. Ook zouden aan het voortzetten van de relatie extra kosten en risico's zijn verbonden.
Onevenredige kosten
De geschillencommissie van Kifid gaat hierin mee en oordeelt dat ABN Amro de bancaire relatie met de geëmigreerde klanten eenzijdig mocht beëindigen. "Van de Bank kan niet worden verwacht dat zij onevenredige kosten maakt of risico’s moet nemen om een betaalrekening voor een consument buiten de Europese Unie voort te zetten. De Bank is ook niet verplicht om een basisbetaalrekening aan Consument te verstrekken. De Commissie oordeelt daarom dat de klacht ongegrond is en wijst de vordering van Consument af."