Nog steeds innige financiële band verzekeraars en intermediairs

Nog	steeds innige financiële band verzekeraars en intermediairs

Het Ratinginstituut Financieel Dienstverleners (RiFD) publiceert op kwartaalbasis actuele ontwikkelingen en trends in de intermediaire markt. Recent zijn de Marktflitsen september 2016 gepubliceerd, met daarin onder meer de financiële gezondheidsmonitor. Hieruit bleek dat meer dan 20% van de intermediairs een onvoldoende credit rating heeft. Hetgeen onvoldoende financieel solide betekent. Verder heeft 24,5% een negatief eigen vermogen en 32,2% een negatief werkkapitaal. Deze scores worden als zorgelijk wordt ervaren. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de financiële indicatoren en wat ze betekenen.

Bekende indicatoren om de gezondheid van bedrijven te meten zijn de solvabiliteitsratio’s en liquiditeitsratio’s. Solvabiliteit geeft aan of een bedrijf op lange termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De liquiditeit geeft aan of een bedrijf op korte termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Bij 46% van de intermediairs zijn deze ratio’s beschikbaar doordat cijfers worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Waarom zijn de ratio’s niet voor alle intermediairs beschikbaar? Dit komt doordat niet ieder intermediair deponeringsplichtig is (alleen besloten en naamloze vennootschappen zijn dit). En omdat niet iedere intermediair zijn deponeringsverplichting nakomt. Uit de Marktflitsen september 2016 blijkt dat 5% van de deponeringsplichtige intermediairs niet deponeert en dus feitelijk een economisch delict pleegt.

Financiële gezondheidsratio’s nader bekeken
Doorgaans wordt gesteld dat een solvabiliteitsratio van > 20% (eigen vermogen gedeeld door balanstotaal) gezond is. Dit betekent dat 20% van de bezittingen met eigen geld wordt gefinancierd. In de intermediaire branche wordt daarnaast ook gekeken naar de solvabiliteitsratio geschoond voor de goodwill die betaald is voor een assurantieportefeuille. Als liquiditeitsratio wordt vaak de current ratio gebruikt, naast het bovengenoemde werkkapitaal. Een current ratio > 1,0 (vlottende activa gedeeld door vlottende passiva) is gezond. Dit betekent dat er op korte termijn meer gelden te vorderen zijn dan er op korte termijn aan geld moet worden betaald. Wanneer een intermediair financieel niet gezond is, is dit bedrijf meer afhankelijk van de goedwillendheid van de financiers van het bedrijf. Denk aan schulden in rekening-courant aan m.n. verzekeraars, maar ook aan banken.

Scores in de intermediaire sector
In totaal 41% van de intermediairs, waarvan de cijfers bekend zijn, heeft een solvabiliteitsratio < 20%. Corrigeren we voor de betaalde goodwill op assurantieportefeuilles dan loopt dit percentage zelfs op tot 48%. Deze bedrijven hebben dus een potentieel probleem om op lange termijn aan hun financiële verplichtingen te voldoen. In totaal 32% van de intermediairs heeft een current ratio < 1,0. Deze bedrijven hebben dus een probleem om op de korte termijn aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Kijken we naar welke bedrijven zowel op de korte als op de lange termijn een potentieel probleem hebben dan praten we over 26% van het totaal.

Financiering in rekening-courant
Het aantal faillissementen in de intermediaire markt lag de afgelopen jaren tussen de 10 en 50. Dit aantal ligt veel lager dan je zou verwachten op basis van bovenstaande matige gezondheidsscores. Waarom gaan er dan toch relatief weinig intermediairs failliet? Dit komt, doch niet uitsluitend, doordat verzekeraars in rekening-courant veel intermediairs financieel ondersteunen door niet het volledig uitstaande bedrag op te eisen, maar een vaste kern te hanteren die niet behoeft te worden afgelost. Daardoor wordt kort geld in feite lang geld. En met dit lange geld verstrekt door verzekeraars kan een negatief eigen vermogen worden gefinancierd en óók een gebrek aan liquiditeit. Er is dan sprake van een negatief werkkapitaal.

Nog steeds financiële band
Veel intermediairs zijn dus deels financieel afhankelijk van verzekeraars. Zodra deze gelden wel volledig worden opgeëist komen intermediairs in de problemen. Denk aan de afbouw van rekening-courant schulden of verkorting van de betalingstermijnen. Het is dus niet zo dat na invoering van het provisieverbod de financiële band tussen verzekeraars en intermediairs volledig is verdwenen. Vooral bij intermediairs met tussenpersonenincasso en volmachtbedrijven speelt dit nog steeds. Verzekeraars eisen deze gelden niet altijd op, om een aantal redenen. Veel gehoord is dat de commerciële relatie dit tegenhoudt. Denk aan de omvang en groei van de lopende portefeuille. Toch is dit niet altijd de (enige) reden. Er zijn ook een aantal technische mechanismen in handen van verzekeraars waarmee het risico gedeeltelijk kan worden beperkt mits er tijdig wordt ingegrepen op basis van risicosignalering. Denk aan het inhouden van provisie na overgang op maatschappijincasso en het intrekken van de assurantieportefeuille. En mocht het dan toch financieel misgaan bij een intermediair, dan zijn de bekende grote partijen, veelal serviceproviders, bereid om de portefeuille over te nemen. Vaak wél in ruil voor een afboeking op de uitstaande rekening-courant schuld bij de verzekeraars.

  1. Nu ben ik absoluut geen voorstander van het financieren/ in stand houden van slechte draaiende intermediairs door verzekeraars, maar volgens mij is een rekening courant verhouding gewoon een administratief vehikel om te zorgen voor eenvoud in verwerking van financiële transacties; zijn verzekeraars zelf verantwoordelijk voor hun debiteurenbeleid en zijn de gedeponeerde fiscale cijfers een slechte indicator van het reilen en zeilen van een onderneming. Dit zijn fiscale cijfers. Daarbij geldt dat het grootste bezit van een intermediair zijn portefeuille is. Deze is niet terug te vinden op balans in de jaarrekening. De winst en verliesrekening geeft wat dat betreft een betere indicatie.

    • Verzekeraars zijn zelf verantwoordelijk voor hun debiteurenbeleid en wanneer bij tussenpersoonincasso het verschuldigd debiteurensaldo niet binnen 2 maanden wordt afgedragen door de verzekeraars, dan wordt het recht van tp-premie-incasso ingehouden.
      Tussenpersoon-incasso: niet iets om happig op te zijn, want dan heb je ook het debiteurenrisico, vaak over een stevige jaarpremie, na verloop van 6 weken na de premievervaldatum.
      (particuliere/zakelijke maandtermijnpremies is sowieso over het algemeen al maatschappij-incasso en derhalve de uitbetaling van de schadeuitkeringen ook).
      *
      Elk jaar vraagt de AFM in het Selfassessment, of het provinciale kantoor solvabel genoeg is om zijn Bavam-aansprakelijkheidpremie en het eventuele eigen risico daarop te betalen, that’s it.
      *
      Populistisch gezeik dit onderzoek ten faveure van service-providers:
      ”En mocht het dan toch financieel misgaan bij een intermediair, dan zijn de bekende grote partijen, veelal serviceproviders, bereid om de portefeuille over te nemen.”
      Kennelijk zit daar het grote geld 🙂

      • Verzekeraars zijn zelf verantwoordelijk voor hun debiteurenbeleid en wanneer bij tussenpersoonincasso het verschuldigd debiteurensaldo niet binnen 2 maanden wordt afgedragen door het provinciale intermediair, dan vervalt het recht van tp-incasso,

  2. Een generalistische conclusie: < 50% van de cijfers is bekend, daarvan is < 50% solvabel (en daarom dus gefinancierd?).

Comments are closed.

Herstel wachtwoord
Geef je e-mail adres. Een nieuw wachtwoord wordt verzonden.