Maximale premiestijging van 10% 'geen ijzeren wet'

Maximale premiestijging van 10% 'geen ijzeren wet'

Kifid mag dan recentelijk tot twee keer toe een streep hebben gehaald door een forse premieverhoging bij schadeverzekeringen, dat betekent niet dat verzekeraars gebonden zijn aan een maximum. Volgens Igor van Loo is er geen juridische basis voor de door Kifid gehanteerde grens van 10% waarboven de premieverhoging niet toegestaan zou zijn. Dit stelt Van Loo in het tijdschrift Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht in de praktijk.

In oktober vorig jaar kwam Kifid naar buiten met de de maximumpremiestijging van 10% naar aanleiding van twee klachtenzaken regen Achmea en Meeùs. In de zaak tegen Achmea concludeerde het klachteninstituut dat de verzekeraar ten onrechte een premieverhoging van 20,22% stilzwijgend had doorgevoerd voor een alles-in-een-pakket. Meeùs had volgens Kifid ten onrechte hetzelfde gedaan bij een bromfietsverzekering waardoor de verzekering plotseling geconfronteerd werd met een premie die liefst 173% hoger was.

Volgens de geschillencommissie mogen verzekeringsproducten per contractvervaldatum worden aangepast, “maar dan alleen als het gaat om aanpassingen van een beperkte omvang en financieel belang. Een voorbeeld van een dergelijke aanpassing betreft een premieverhoging voor zover deze hoogstens 10% bedraagt”, aldus Kifid.

Ongelukkige formulering

Van Loo, Universitair docent rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit, spreekt nu van een “ongelukkige formulering” die een absolute 10%-norm suggereert. Hij verwijst naar andere, eerdere Kifid-jurisprudentie waarin weliswaar een sterke premiestijging op basis van stilzwijgende verlenging aan banden wordt gelegd, maar waarbij geen maximum wordt genoemd. Van Loo diept een Kifid-uitspraak op van begin 2016 waarin een premiestijging van 19% wordt toegestaan. “Moeten we hier nu de conclusie uit trekken dat de grens in werkelijkheid bij 20% ligt? Natuurlijk niet”, zo stelt de auteur. “Men moet zich niet blindstaren op procenten. De verhoging met 19% werd acceptabel geacht omdat dit een premie opleverde die goed in de buurt lag van de jaarpremie die met de consument twee jaar tevoren was overeengekomen.”
Ook verwijst Van Loo naar jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie waaruit drie criteria zijn vast te stellen voor het bepalen van de legitimiteit van een premieverhoging: opzegbaarheid, heldere communicatie en redelijkheid/billijkheid.

Waarschuwing tegen loktarieven

Hij doet de aanbeveling om de jurisprudentie van Kifid serieus te nemen, “Maar geloof niet dat 10% een blijvende en absolute grens is. Ook ongewijzigde premie in combinatie met aanscherping van voorwaarden kan als 'onredelijke' toepassing van een wijzigingsbeding worden aangemerkt.”

Hij waarschuwt verzekeraars ook voor het inzetten van loktarieven. “Op te lage tarieven moeten op den duur hoge stijgingen volgen en dat is nu net het punt waar het Kifid scherp op is. (…) De snelheid, waarmee een Ponzifraude kan worden opgezet in het huidige online-tijdperk is niet te onderschatten. Wanneer ik vandaag een supergoedkope autoverzekeraar start, ben ik morgen rijk van de premiebetalingen en overmorgen vertrokken richting bestemming onbekend.”

Robert Paling

Robert Paling

Redacteur amweb en am:

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.